ECLI:NL:RBZWB:2026:1374

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
C/02/443814 / FA RK 26-131
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Dun
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte psychiatrische zorg bij psychotische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene ontkent psychisch ziek te zijn en verzet zich tegen de machtiging, terwijl de casemanager en behandelend arts de noodzaak van verplichte zorg onderstrepen.

Uit de medische verklaring en de zitting blijkt dat betrokkene periodes kent waarin hij de controle over zichzelf verliest, wat in het verleden leidde tot overlast, agressie, een geweldsincident en sociaal-maatschappelijke problemen. De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk om ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang te voorkomen.

De rechtbank wijst de gevraagde zorgmachtiging toe voor een periode van twaalf maanden, waarbij het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder periodiek contact met het ambulant behandelteam, worden opgelegd. Andere gevraagde zorgvormen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorgvormen zijn evenredig en effectief.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatietoediening en contact met het ambulant behandelteam.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443814 / FA RK 26-131
Datum uitspraak: 23 januari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen te Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari 2026 om 09:30 uur aan het adres [adres] . Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon] , casemanager.
1.3.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 19 februari 2026.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat hij zichzelf als een ‘buitenstaander’ ziet, aangezien hij iemand is die zich snel verliest in de emoties van anderen. Hij vindt niet dat hij psychisch ziek is, immers heeft hij de volledige controle over zichzelf. Hij concludeert dat het in alle opzichten goed met hem gaat. Ook beschikt hij inmiddels over een eigen woning. Daarom is het verzoek om een zorgmachtiging te verlenen voor hem onacceptabel. Ook voelt dit voor hem alsof hij iets heeft misdaan, wat beslist niet het geval is. Ook bezorgt het verzoek hem stress en slaapproblemen. Op de vraag van de behandelend rechter of de verbetering van zijn toestand verband zou kunnen houden met de medicatie die hij gebruikt antwoordt betrokkene dat zijn behandelend psychiater daar in elk geval wel van uit gaat. Zelf vindt hij dat hij vooral afhankelijk wordt gemaakt van medicatie en dat die louter is bedoeld om de farmaceutische industrie in stand te houden.
4.2.
De casemanager brengt naar voren dat betrokkene in hoofdzaak kampt met een psychotische stoornis, die ervoor zorgt dat hij naast periodes, waarin hij in goede doen is, ook momenten kent waarop hij de controle over zichzelf verliest. Tijdens de laatst bedoelde momenten heeft betrokkene gedrag laten zien, dat zorgde voor veel overlast. Ook riep betrokkene met zijn gedrag agressie op van anderen. Dit gedrag heeft er in het verleden onder meer toe geleid dat sprake is geweest van een geweldsincident, dat betrokkene uit zijn woning is gezet en dat hij op het sociaal-maatschappelijke vlak volledig vastliep. Het risico dat zich opnieuw momenten gaan voordoen, waarop betrokkene de controle over zichzelf verliest met alle mogelijke ernstige gevolgen van dien acht hij nog steeds aanwezig. Betrokkene zelf kijkt geheel anders tegen zijn situatie aan. Hij vindt dat hij zonder medicatie kan. Er is zeker aandacht voor de medicatie toediening, wat ook inhoudt dat er met betrokkene gesprekken worden gevoerd over wat er wel en niet mogelijk is qua aanpassing van de dosering. Met deze toelichting kan hij achter het voorliggend verzoek staan. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen benoemt hij het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven houden met zijn ambulant behandelteam. Die ambulante zorg is ook met name nodig om ervoor te zorgen dat betrokkene de hem voorgeschreven depotmedicatie verstrekt krijgt en hij die ook daadwerkelijk zal accepteren en daaraan zal meewerken.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hij al een aantal jaren bekend is met cliënt en met zijn situatie. Betrokkene geeft blijk van uitgesproken opvattingen en kan alleen al daarom niet als een doorsnee persoon worden gezien. Als zijn raadsman heeft hij kunnen vaststellen dat betrokkene momenteel een positieve periode doormaakt. Zo beschikt hij over een eigen woning, is het contact met zijn ex partner en zijn dochter inmiddels hersteld en houdt hij zich actief bezig met onder meer klussen. Betrokkene heeft dus het nodige om zuinig op te zijn. Daar staat tegenover dat betrokkene erg veel moeite heeft met de hem voorgeschreven medicatie, in de eerste plaats omdat die als bijwerking heeft dat hij gevoelsmatig afvlakt en daarnaast omdat de farmaceutische industrie daar geld aan verdient. Betrokkene heeft met zijn behandelaar gesprekken over de mogelijkheid van een verlaging van de dosering. Van belang is dat dit voorzichtig gebeurt, er staat immers veel op het spel. Verder geeft zijn cliënt duidelijk aan dat hij vindt dat een zorgmachtiging niet (langer) nodig is. Namens hem pleit hij daarom voor afwijzing van het verzoek.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en overige DSM-5 stoornissen. De enkele omstandigheid dat betrokkene ontkent dat hij een psychische stoornis heeft, is voor de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan hetgeen in de medische verklaring wordt gesteld en geconcludeerd.
5.3.
Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat bij betrokkene sprake is van psychotische kwetsbaarheid, waardoor hij afwisselend goede periodes, maar ook momenten kent waarop hij zodanig ontregeld raakt dat er gevaar ontstaat voor hemzelf en voor anderen in de vorm van overlast gevend gedrag en van hinderlijk gedrag, waarmee hij agressie oproept van anderen. Dit gedrag heeft in het verleden een geweldsincident tot gevolg gehad en heeft daarnaast geleid tot het kwijt raken van zijn woning, werk en sociale contacten.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Uit de opstelling van betrokkene tijdens de zitting blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat bij hem sprake is van voldoende intrinsieke motivatie om de zorg, waaronder meer specifiek medicatie toediening, te accepteren en daaraan consequent mee te werken indien er van een vrijwillig kader sprake is. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
  • het toedienen van medicatie;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te
verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven houden met zijn ambulant
behandelteam, waarbij de frequentie van dat contact en de wijze waarop dat
plaatsvindt door zijn ambulant behandelteam op geleide van het toestandsbeeld
zal worden bepaald.
De hiervoor genoemde zorgvormen worden aldus toegewezen.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor een periode van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 januari 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 3 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.