Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , casemanager [hulpverlening] ;
- de heer [persoon 2] , waarnemend GZ psycholoog.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een casemanager en een waarnemend GZ psycholoog werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
Betrokkene werkt momenteel vrijwillig mee aan medicatietoediening, maar ervaart bijwerkingen en wenst liever zonder medicatie verder te gaan. De casemanager en psycholoog gaven aan dat betrokkene wisselende motivatie toont en dat het niet naleven van medicatie leidt tot ernstig nadeel, zoals overlast en zelfverwaarlozing. De advocaat van betrokkene pleitte voor afwijzing van het verzoek en benadrukte de wens van betrokkene om vrijwillige zorg te ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene vanwege zijn stoornis een aanzienlijk risico loopt op ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. Verplichte zorg is noodzakelijk omdat betrokkene onvoldoende intrinsieke motivatie heeft om de zorg vrijwillig te accepteren. De rechtbank verleent daarom een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden, beperkt tot het verplicht toedienen van medicatie, en wijst het overige verzoek af. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorgvorm is evenredig en effectief.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor het verplicht toedienen van medicatie aan betrokkene.