ECLI:NL:RBZWB:2026:1404

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444072 / FA RK 26-273
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en zorgmijding

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1941, vanwege haar psychogeriatrische aandoening en zorgmijdend gedrag.

Tijdens de zitting met gesloten deuren werden betrokkene, haar advocaat, casemanager en kinderen gehoord. Betrokkene verzette zich tegen opname, terwijl haar dochter en zoon benadrukten dat 24-uurs zorg noodzakelijk is en niet meer thuis kan worden geboden. De casemanager bevestigde het zorgmijdende gedrag en de overbelasting van mantelzorg.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan dementie met ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang als gevolg. De opname is noodzakelijk om ernstig nadeel te voorkomen, aangezien betrokkene niet meer zelfstandig kan zorgen voor medicatie, voeding en veiligheid.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar, omdat betrokkene hulp weigert en de thuissituatie problematisch is. De rechtbank verleent daarom de machtiging voor zes maanden, tot 2 augustus 2026, ondanks het verzet van betrokkene.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 door rechter Janssen, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie en onmogelijkheid tot adequate zorg thuis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444072 / FA RK 26-273
Datum uitspraak: 2 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. F.J. Koningsveld uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager;
  • mevrouw [persoon 2] , dochter;
  • de heer [persoon 3] , zoon.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene geeft aan dat ze niet wil verhuizen omdat zij zich goed voelt en thuis haar bezigheden heeft. Daarnaast herhaalt ze meermalen geen toestemming te hebben gegeven voor een verhuizing.
3.2.
De dochter van betrokkene verklaart dat haar moeder 24-uurs zorg nodig heeft en die kan in de thuissituatie niet (meer) worden geboden. Alles is geprobeerd qua (vrijwillige) zorg om haar moeder in de thuissituatie te laten verblijven, maar dit lukt niet meer.
3.3.
De zoon van betrokkene geeft aan dat de te verlenen zorg lang door zowel haar kinderen als mensen uit de buurt is volgehouden, maar nu het moment is om te zoeken naar een plek waar de veiligheid en zorg 24 uur geboden kan worden. Betrokkene is afgelopen zaterdag nog buiten op straat gevonden doordat hij even weg was. Volgens hem is het op dit moment heel lastig om de controle continue te waarborgen voor betrokkene.
3.4.
De casemanager voert, samengevat, aan dat betrokkene geen ziekte-inzicht en besef heeft. Daarnaast vertoont betrokkene zorgmijdend gedrag. Zowel dagbesteding als een ondersteuner aan huis is geprobeerd. Zelfzorg is zelfstandig niet meer mogelijk en de thuiszorg komt bij betrokkene langs voor de medicatie. Sinds kort komt de thuiszorg ook langs voor wassen en aankleden maar door het zorgmijdende gedrag van betrokkene lukt het ze niet altijd mevrouw te helpen. Met de huisarts is nauw contact vanwege de hallucinaties, het agressieve gedrag van betrokkene en de onrust die wordt veroorzaakt. De casemanager geeft aan dat alles is geprobeerd en inmiddels de mantelzorg ernstig overbelast is geraakt.
3.5.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gezien betrokkene niet wenst te verhuizen. Daarentegen begrijpt de advocaat de reden van het verzoek gezien de zorgen die er om betrokkene zijn.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie waarschijnlijk als gevolg van de ziekte van Alzheimer CDR 2.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene niet meer in staat is adequaat voor zichzelf te zorgen. Betrokkene gaat zowel lichamelijk als cognitief steeds verder achteruit en kan haar dagelijks leven niet meer zelfstandig en op een veilige manier organiseren. Er is sprake van onvoldoende zelfzorg, verminderde regie, desoriëntatie, hallucinaties en dwaalgedrag. Voorts heeft betrokkene te maken met sundowning, bij het vallen van de schemering wordt zij angstig en heeft ze paranoïde wanen. Betrokkene kan haar medicatie niet meer zelf innemen en er is geen zicht op de intake van voeding en vocht gedurende de dag.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.
4.5.
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. Betrokkene heeft herhaaldelijk kenbaar gemaakt niet opgenomen te willen worden.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Betrokkene weigert extra hulp zoals dagopvang of [hulpverlening] en de opties zijn uitgeput. Voorts is het mantelzorgsysteem overbelast geraakt.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.