Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 januari 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda .
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
ten hoogste acht wekenopschorten. Op grond van de wetsgeschiedenis en vaste rechtspraak staat vast dat dit een maximale termijn is. Deze termijn is inmiddels ruimschoots verstreken. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er op dit moment geen rechtsgrond meer bestaat voor het niet uitbetalen van de uitkering van verzoeker.
Beslissing
- treft de voorlopige voorziening dat het college de betaling van de bijstandsuitkering van verzoeker hervat met ingang van 27 december 2025;
- bepaalt dat deze voorlopige voorziening vervalt als uitspraak wordt gedaan op het verzoek.