ECLI:NL:RBZWB:2026:1425
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorzieningen tegen omgevingsvergunning voor twaalf recreatiewoningen
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau verleende op 6 juni 2025 een omgevingsvergunning voor het bouwen van twaalf recreatiewoningen op een vakantiepark in [plaats 5]. Diverse verzoekers dienden hiertegen beroep in en vroegen om voorlopige voorzieningen.
De voorzieningenrechter beoordeelde de verzoeken op 3 maart 2026 zonder zitting, omdat deze kennelijk ongegrond waren. De beoordeling richtte zich op het spoedeisend belang, dat vereist is voor het treffen van een voorlopige voorziening volgens artikel 8:81 van Pro de Awb.
De rechtbank had de bodemzaken gepland voor 26 maart 2026, en de vergunninghouder verklaarde dat de werkzaamheden niet zouden starten voordat de rechtbank de beroepen had behandeld. Hierdoor was geen sprake van onverwijlde spoed.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de verzoeken om voorlopige voorzieningen kennelijk ongegrond waren en wees deze af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen de omgevingsvergunning worden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.