Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van twee niet-woningen, een hotel en een pand met kamers en een café, en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) en rioolheffing voor 2024. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld op respectievelijk €4.048.000 en €1.269.000 op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode.
De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2025 behandeld en beoordeelt of de WOZ-waarden te hoog zijn vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarden niet te hoog zijn vastgesteld, mede gelet op de vergelijkingsobjecten en de toegepaste kapitalisatiefactoren. Belanghebbende heeft onvoldoende onderbouwd dat het hotel langer dan drie jaar in exploitatie is, wat relevant is voor de waarderingsmethode.
Verder is het beroep tegen de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffing afgewezen omdat deze niet gerelateerd zijn aan de WOZ-waarde en geen daadwerkelijk bezwaar daartegen is aangetoond. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht is terecht afgewezen wegens gebrek aan bewijs van betalingsonmacht. Ook het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen omdat de termijn van twee jaar niet is overschreden.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond, handhaaft de WOZ-waarden en aanslagen, en ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.