ECLI:NL:RBZWB:2026:1434

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
24/8117
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 1.1 WooArtikel 4.1 WooArtikel 5.1 WooArtikel 5.2 WooArtikel 8.2 Woo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging besluit gemeente Breda over openbaarmaking Woo-verzoek

Eisers hebben een Woo-verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Breda om documenten over communicatie met betrekking tot hen openbaar te maken. Het college weigerde gedeeltelijk openbaarmaking op grond van privacy en opsporingsbelangen. Eisers maakten bezwaar en stelden dat meer documenten beschikbaar moesten zijn.

De rechtbank oordeelt dat het college de zoekslag zorgvuldig heeft uitgevoerd en dat de stelling dat er meer documenten zijn niet aannemelijk is gemaakt. Wel is geoordeeld dat het college ten onrechte het memo van 15 februari 2016 en een geluidsopname geheel heeft geweigerd, omdat na het weglakken van persoonsgegevens nog leesbare en openbaar te maken informatie overblijft.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de motiveringen over het memo en de geluidsopname. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het betaalde griffierecht wordt aan eisers vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen over het bezwaar met inachtneming van de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/8117

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats] , eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag van eisers tot openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Eisers zijn het daar niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de gedeeltelijke afwijzing van het Woo-verzoek.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat van twee stukken de openbaarmaking ten onrechte geheel is geweigerd
.Eisers krijgen deels gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser is voorzitter geweest van de [stichting] (de Stichting).
2.1.
Op 18 februari 2016 heeft de gemeente Breda aangifte gedaan tegen eiser wegens subsidiefraude. Het openbaar ministerie (OM) heeft in 2018 de beslissing genomen om zowel eiser als eiseres te vervolgen. De rechtbank heeft eisers op 24 juni 2021 vrijgesproken. Daartegen is geen hoger beroep ingesteld.
2.2.
Eisers hebben de gemeente aansprakelijk gesteld voor onrechtmatige daad. Op 14 augustus 2024 heeft de rechtbank de vorderingen van eisers afgewezen. [1]
2.3.
Op 2 oktober 2023 heeft het college een Woo-verzoek van eiser ontvangen, waarin hij verzoekt om documenten over alle communicatie die over zijn persoon en over zijn echtgenote is gevoerd op het stadskantoor en met externe partijen in de periode van 1 januari 2007 tot 2 oktober 2023. Eiser geeft in zijn Woo-verzoek aan dat de aangifte die de gemeente Breda heeft gedaan, en het oordeel van de rechter hierover, de aanleiding is voor zijn verzoek.
2.4.
Het college heeft op het Woo-verzoek drie afzonderlijke deelbesluiten genomen.
2.5.
Met deelbesluit I van 9 februari 2024 zijn 43 documenten openbaar gemaakt. In die documenten zijn persoonsgegevens opgenomen. Om herleidbaarheid naar natuurlijke personen te voorkomen zijn namen, e-mailadressen en telefoonnummers onleesbaar gemaakt op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo.
2.6.
Met deelbesluit II van 21 februari 2024 zijn zes documenten openbaar gemaakt. Ook hierin zijn persoonsgegevens onleesbaar gemaakt op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo.
Verder is met dit deelbesluit van 69 documenten de openbaarmaking geweigerd.
Het college heeft van 36 van deze documenten openbaarmaking geweigerd op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder c, d en e van de Woo. Dit gedeelte betreft e-mails over natuurlijke personen die anoniem verklaringen hebben afgelegd bij de gemeente. De anonimiteit van deze natuurlijke personen dient gewaarborgd te worden en daarom weegt het belang van openbaarmaking niet op tegen bovengenoemde belangen.
Van de andere 33 documenten heeft het college ook openbaarmaking geweigerd op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder c, d en e van de Woo. Dit betreft e-mailwisselingen met de politie en/of het OM. Bij openbaarmaking van deze documenten zou de persoonlijke levenssfeer geschaad worden van natuurlijke personen die bij een strafzaak betrokken zijn geweest. Daarnaast wordt inzichtelijk wat de handelswijze is van de gemeente in het kader van inspectie, controle en toezicht, en dat vindt het college onwenselijk. Ook deze belangen wegen volgens het college zwaarder dan het belang van openbaarmaking.
2.7.
Met deelbesluit III van 22 februari 2024 zijn vier documenten openbaar gemaakt. Hierin zijn persoonsgegevens onleesbaar gemaakt op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo. Verder zijn in twee van de vier documenten persoonlijke beleidsopvattingen opgenomen. Deze zijn onleesbaar gemaakt op grond van artikel 5.2 van de Woo.
2.8.
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de drie deelbesluiten. In bezwaar voeren eisers aan dat er stukken ontbreken waar zij wel om hebben gevraagd.
2.9.
Op 4 juni 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden bij de adviescommissie bezwaarschriften (de commissie). Op 15 juli 2024 heeft de commissie advies uitgebracht.
De commissie adviseert het college:
ten aanzien van de documenten die ten onrechte als dubbeling zijn aangemerkt, het bezwaar gegrond te verklaren en de deelbesluiten te herroepen;
in plaats daarvan alsnog te beslissen over de openbaarmaking van de ten onrechte als dubbeling aangemerkte documenten;
ten aanzien van de toepassing van de weigeringsgrond inzake het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten (artikel 5.1. tweede lid, onder c, van de Woo) het bezwaar gegrond te verklaren en deelbesluit II op dit punt te herroepen;
ten aanzien van de geluidsopname: al hetgeen redelijkerwijs mogelijk is te doen om deze geluidsopname alsnog te achterhalen en, (voor zover mogelijk) alsnog te beslissen over de openbaarmaking van deze geluidsopname;
voor het overige de deelbesluiten in stand te laten.
2.10.
Met het bestreden besluit van 17 oktober 2024 heeft het college het advies van de commissie gevolgd. Het college heeft alsnog 45 van de 46 documenten die ten onrechte als dubbeling waren aangemerkt, openbaar gemaakt, waarbij de persoonsgegevens onleesbaar zijn gemaakt. Verder heeft het college de weigeringsgrond inzake het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten uit deelbesluit II herroepen. De overige weigeringsgronden handhaaft het college. De geluidsopname heeft het college alsnog aangetroffen, maar de openbaarmaking daarvan wordt geweigerd op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo. De personen die te horen zijn in deze opname, zijn namelijk te identificeren door hun stem. Voor het overige heeft het college de bezwaren ongegrond verklaard en de deelbesluiten in stand gelaten.
2.11.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.12.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Het college heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken toegezonden met het verzoek om toepassing te geven aan artikel 8:29 van Pro de Awb. Met de brief van 26 augustus 2025 is aan eisers medegedeeld dat van de stukken waarvan op grond van de Woo om openbaarmaking of verstrekking is verzocht, alleen de bestuursrechter kennis neemt. Het college heeft op 20 oktober 2025 een aanvullend verweerschrift met bijlagen ingediend.
2.13.
De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2025 op zitting behandeld. Eisers waren hierbij aanwezig. Namens het college waren aanwezig [vertegenwoordiger college 1] , [vertegenwoordiger college 2] en [vertegenwoordiger college 3] .
2.14.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om het college twee extra documenten aan te laten leveren.
2.15.
Nadat geen van de partijen heeft aangegeven opnieuw te willen worden gehoord, heeft de rechtbank het onderzoek op 6 januari 2026 gesloten. De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eenieder kan op grond van de Woo een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. [2]
Publieke informatie die onder het college berust, is in beginsel openbaar en die informatie dient voor een ieder toegankelijk te zijn zonder daarbij een belang te hoeven stellen. [3]
Het college dient echter te allen tijde een belangenafweging te maken om te toetsen of er sprake is van een belang dat zwaarder weegt dan openbaarmaking van de informatie. [4]
3.1.
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Wat voeren eisers aan?
4. Eisers voeren aan dat uit het vonnis van de rechtbank blijkt dat op 15 februari 2016 op het stadskantoor een gesprek heeft plaatsgevonden met de politie voordat werd besloten tot het doen van aangifte. Uit het vonnis blijkt ook dat op 10 februari 2016 een gesprek heeft plaatsgevonden met de beheerder van [locatie] .
Eisers willen dat de verslagen van deze gesprekken openbaar worden gemaakt. Daarnaast willen eisers dat het verslag van het gesprek tussen de ambtenaren en de secretaris van de Stichting openbaar wordt gemaakt.
4.1.
Verder willen eisers dat het memo van 15 februari 2016 van twee wethouders aan het college openbaar gemaakt wordt.
4.2.
Volgens eisers blijkt uit een verstrekte e-mail dat de wethouder de burgemeester van Breda zal verzoeken de scenario’s over de “te ondernemen stappen niet aftreden bestuur” in de driehoek te bespreken. Eisers missen het vervolg op die toezegging; het verzoek van de wethouder aan de burgemeester en het gespreksverslag van de bespreking in de driehoek.
4.3.
Eisers willen ook dat een geluidsopname openbaar gemaakt wordt. Eisers hebben deze opname tijdens het rechercheonderzoek in 2017 moeten beluisteren en zijn dus bekend met de personen die deelnamen aan dit gesprek. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan verzoeken eisers de rechtbank om het college te verplichten tot een transcriptie van de inhoud van de geluidsopname, dan wel met gebruik van een stemvervormer.
4.4.
Tot slot verzoeken eisers het college te verplichten alle informatie te verstrekken waar nog meer om is verzocht en die tot nu toe heeft ontbroken. Eisers vragen specifiek om alle communicatie tussen de gemeente Breda en het OM, de gemeente Breda en de politie, of tussen de gemeente Breda, het OM en de politie.
Wat is het standpunt van het college?
5. Het college stelt dat er geen verslag is gemaakt van het gesprek met de politie op 15 februari 2016. Er is ook geen verslag gemaakt van het gesprek met de beheerder op 10 februari 2016. Deze stukken bestaan volgens het college dus niet.
5.1.
Het verslag van het gesprek met de secretaris is volgens het college in het bezit van eisers, omdat het onderdeel was van de stukken in de rechtszaak. Het college heeft dit verslag niet openbaar gemaakt. In deelbesluit I en in het bestreden besluit heeft het college besloten om de mailwisseling en gespreksverslagen met de klokkenluiders niet openbaar te maken. Hoewel de identiteit van de melders bekend is bij eisers, vindt het college het niet wenselijk om deze informatie openbaar te maken op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e van de Woo.
5.2.
Het memo van 15 februari 2016 heeft het college op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo in het geheel niet openbaar gemaakt, omdat er volgens het college na het lakken van de informatie die verwijst naar de klokkenluiders geen coherent en leesbaar document overblijft. Het college heeft dit memo onder beperkte kennisneming bij de rechtbank ingebracht.
5.3.
Ten aanzien van de toezegging van de wethouder dat hij de burgemeester zal verzoeken scenario’s in de driehoek te bespreken, heeft het college geen documenten aangetroffen die betrekking hebben op het vervolg van deze toezegging. Er is geen aanwijzing gevonden dat dit verzoek aan de burgemeester is vastgelegd. Er zijn ook geen aanwijzingen aangetroffen dat dit in de driehoek is besproken.
5.4.
De geluidsopname heeft het college niet openbaar gemaakt op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e van de Woo. In de opname worden namelijk ook namen genoemd van personen die niets met de aangifte te maken hebben. De inhoud van het gesprek is ook voor eisers belastend en zal zeker niet bijdragen aan het door eisers gewenste eerherstel. Het anonimiseren van een geluidsopname is technisch niet haalbaar. De opname is omgezet van audio naar schrift en onder beperkte kennisneming ingebracht bij de rechtbank.
5.5.
Ten aanzien van de overige door eisers gewenste communicatie stelt het college dat er tussen de gemeente en het OM alleen communicatie is geweest over de datum van de zitting. Deze is verstrekt. Tussen gemeente en politie is er alleen mailwisseling geweest over het wel of niet haalbaar zijn van aangifte en het maken van afspraken. Deze is verstrekt. Het college heeft geen communicatie aangetroffen tussen de gemeente, de politie en het OM.
5.6.
In een aanvullend verweerschrift van 20 oktober 2025 heeft het college aangegeven dat eiser inmiddels inzage heeft gekregen in het memo van 15 februari 2016 en de geluidsopname heeft beluisterd. Het college blijft bij zijn standpunt dat deze niet openbaar kunnen worden gemaakt. Volgens het college heeft eiser na het beluisteren van de geluidsopname aangegeven dat de geluidsopname niet de opname was, die hij bedoelde. Eiser zou gesteld hebben dat er een tweede opname moet zijn. De opname die eiser heeft beluisterd, is echter de enige opname die bekend is bij de gemeente. Deze opname is door één van de klokkenluiders aan de gemeente verstrekt. De beluisterde opname is de opname die mede aanleiding is geweest tot het doen van aangifte en is bij de aangifte verstrekt aan de politie en het OM.
De zoekslag
6.1.
Eisers hebben ter zitting toegelicht dat zij geen bezwaar hebben tegen het weglakken van informatie in de stukken die met de drie deelbesluiten openbaar zijn gemaakt, maar dat er meer stukken beschikbaar moeten zijn, die zij tot nu toe niet hebben gekregen. Het gaat dan met name om een verslag van het gesprek met de politie op 15 februari 2016, een verslag van het gesprek met de beheerder op 10 februari 2016, het vervolg op de toezegging van de wethouder dat hij de burgemeester zal verzoeken om scenario’s in de driehoek te bespreken, een tweede geluidsopname, en de communicatie tussen de gemeente Breda, het OM en de politie.
6.2.
Aangezien eisers stellen dat er meer informatie moet zijn, dan door het college is aangetroffen, ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of de zoekslag van het college volledig en zorgvuldig is geweest. Daarover overweegt de rechtbank als volgt.
6.3.
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) volgt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat bepaalde documenten niet of niet meer onder hem berusten en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene is die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, bepaalde documenten toch onder dat bestuursorgaan berusten.
Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan niet ongeloofwaardig voorkomt, zal worden betrokken op welke wijze het onderzoek is verricht. [5]
6.4.
De rechtbank constateert dat het college in het verweerschrift in de bezwaarfase heeft toegelicht hoe de zoekslag heeft plaatsgevonden. Er is op zoektermen gezocht in de mailboxen van de betrokken ambtenaren. Met de zoektermen zijn in totaal 270 documenten gevonden, bestaande uit e-mailwisselingen met bijlagen, waarvan er een aantal dubbel waren.
6.5.
De commissie heeft in haar advies opgenomen dat zij vindt dat het college deugdelijk heeft gemotiveerd op welke wijze en met welke zoektermen de zoekslag is verricht en hoe het heeft bepaald of de gevraagde informatie aanwezig was. De bij de zoekslag gebruikte zoektermen bevatten volgens de commissie de voornaamste kenmerken van het Woo-verzoek, zodat aannemelijk is dat de daarmee gevonden documenten volledig zijn. De commissie ziet geen grond voor de conclusie dat de door het college verrichtte zoekslag onvoldoende, dan wel onvolledig is geweest.
6.6.
Namens het college is op de zitting van de rechtbank toegelicht dat alle documenten waren verzameld in één map en dat die is verstrekt. Daarnaast is er nog apart gezocht op de namen van eisers, van [locatie] en van de Stichting.
6.7.
De rechtbank oordeelt dat, gelet op het voorgaande, de stelling van het college dat er niet meer documenten bij haar berusten haar niet ongeloofwaardig voorkomt.
Eisers stellen dat het gebruikelijk is dat er van elk gesprek een verslag wordt opgemaakt, maar volgens het college is dat in de praktijk niet het geval. Bovendien overweegt de rechtbank dat het gestelde gebruik nog niet betekent dat er in dit concrete geval verslagen zijn gemaakt. Daarvoor bestaan geen aanwijzingen.
Datzelfde geldt ook voor de toezegging van de wethouder in de mail om de burgemeester te informeren en dat deze de zaak zal bespreken in de driehoek. Hierover is namens het college op de zitting toegelicht dat de aangifte is gedaan door het afdelingshoofd vastgoedbeheer bij de gemeente en dat deze de zaak steeds heeft besproken met de betrokken wethouder. De rest van het college is niet betrokken. Volgens het college is nergens uit gebleken dat de toezegging van de wethouder een vervolg heeft gehad. Het college is via het memo geïnformeerd en de gemeenteraad is via een raadsbrief geïnformeerd. Deze stukken zijn aan eisers verstrekt. De rechtbank heeft met deze toelichting van het college geen aanwijzingen dat de gedane toezegging daadwerkelijk een vervolg heeft gehad.
Ten aanzien van de stelling van eisers dat er een tweede geluidsopname moet zijn, overweegt de rechtbank als volgt. Het bestaan van deze tweede geluidsopname zou volgens eisers blijken uit het vonnis van de rechtbank van 14 augustus 2024 en uit het ter zitting overgelegde het proces-verbaal, maar daaruit blijkt niet dat deze tweede geluidsopname ook bij de gemeente berust. Uit het proces-verbaal blijkt inderdaad dat een USB-stick met een andere geluidsopname (met andere gespreksdeelnemers) op 25 mei 2017 aan de politie is overhandigd, maar niet dat die op enig moment aan het college is overhandigd. De mededeling van het college dat onder hem slechts één geluidopname berust, komt de rechtbank dan ook niet ongeloofwaardig voor. Eisers hebben het tegendeel niet aannemelijk gemaakt.
De beroepsgrond van eisers dat er meer documenten bij het college zouden berusten, slaagt niet.
De weigeringsgronden
7. Het college heeft besloten om het verslag van het gesprek met de secretaris van de Stichting niet openbaar te maken, omdat het college het niet wenselijk vindt om mailwisseling en gespreksverslagen met de klokkenluiders openbaar te maken. Daarover overweegt de rechtbank als volgt.
7.1.
De weigering om dit document openbaar te maken, is gebaseerd op het bepaalde in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Dat artikel bepaalt dat het openbaar maken van informatie achterwege blijft voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Voor de toepasselijkheid van deze uitzonderingsgrond is relevant of informatie herleidbaar is tot een natuurlijke persoon. Dat is het geval wanneer informatie op zichzelf en in combinatie met andere informatie zonder onevenredige inspanning te herleiden is tot een persoon. Informatie kan zowel direct als indirect herleidbaar zijn. Bij de beoordeling of sprake is van indirecte herleidbaarheid tot een persoon, kan een rol spelen of het unieke details betreft binnen het geheel van omstandigheden waarin de identificeerbare persoon verkeert of heeft verkeerd, dan wel of het een samenstel van gegevens betreft dat onmiskenbaar naar die persoon verwijst. Volgens de memorie van toelichting op de Woo valt de geheimhouding van de identiteit van klokkenluiders onder de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. [6]
7.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college de openbaarmaking van het verslag kunnen weigeren. Het belang dat burgers in vrijheid en vertrouwelijkheid moeten kunnen communiceren met de overheid en het belang dat signalen uit de samenleving de overheid bereiken, heeft het college zwaarder kunnen laten wegen dan het belang van eisers bij verstrekking van de door hem gewenste informatie. [7] Dat de identiteit van de klokkenluiders al bij eisers bekend is, maakt dat niet anders. Ook het argument van eisers dat dat nu eenmaal de consequentie is van het zijn van klokkenluider, volgt de rechtbank niet. Daarbij speelt de inhoudelijke juistheid van de melding geen rol.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
8. Het college heeft de openbaarmaking van het memo van 15 februari 2016 in het geheel geweigerd op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo, omdat er volgens het college na het lakken van de informatie die verwijst naar de klokkenluiders geen coherent en leesbaar document overblijft. Het college heeft dit memo onder beperkte kennisneming bij de rechtbank ingebracht.
8.1.
De rechtbank heeft kennis genomen van dit document en is van oordeel dat er inderdaad informatie in staat die weggelakt mag worden op grond van deze bepaling, maar dat het niet zo is dat er dan geen leesbaar document meer overblijft. Dit is dan ook geen grond om openbaarmaking van het document geheel te weigeren. Het college zal dit stuk opnieuw moeten beoordelen.
Deze beroepsgrond slaagt.
9. Het college heeft ook de openbaarmaking van de geluidsopname die alsnog is aangetroffen, geweigerd op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo. Daartoe heeft het college overwogen dat de personen die te horen zijn in deze opname te identificeren door hun stem. Het college heeft een transcriptie van deze geluidsopname onder beperkte kennisneming bij de rechtbank ingebracht.
9.1.
De rechtbank overweegt dat, nu er een transcriptie beschikbaar is, er technisch gezien geen beletselen zijn om deze openbaar te maken. De rechtbank heeft kennis genomen van dit document en is van oordeel dat er inderdaad informatie in staat die weggelakt mag worden op grond van deze bepaling, maar dat er ook passages in staan die niet te herleiden zijn tot een persoon. Het college zal ook dit stuk opnieuw moeten beoordelen. Daarbij zal het college moeten meewegen dat een deel van de inhoud van deze opname al openbaar is geworden doordat het is weergegeven in het civiele vonnis.
Ook deze beroepsgrond slaagt.
Het verzoek om een dwangsom
10. Eiser heeft met een brief van 1 april 2025 de rechtbank verzocht om het college te veroordelen tot betaling van een dwangsom, omdat het college niet tijdig een beslissing zou hebben genomen op zijn Woo-verzoek van 9 december 2024. De rechtbank is van oordeel dat het college in deze procedure geen dwangsom verschuldigd is. In deze procedure ligt ter beoordeling voor de besluitvorming van het college naar aanleiding van het Woo-verzoek van eiser van 2 oktober 2023. De rechtbank is niet bekend met een Woo-verzoek van eiser van 9 december 2024, en eventuele besluitvorming daarop (of het uitblijven daarvan) ligt in deze procedure niet ter beoordeling voor. De rechtbank wijst er overigens op dat de regeling over dwangsom bij niet tijdig beslissen niet van toepassing is op besluiten op grond van de Woo. [8]
Het verzoek om schadevergoeding
11. Eisers hebben op de zitting gevraagd om een schadevergoeding. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen, omdat niet is onderbouwd en niet is gebleken dat eisers schade zouden hebben geleden als gevolg van dit bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

12. Gelet op wat de rechtbank heeft overwogen onder punt 8.1 en 9.1 van deze uitspraak, is het beroep van eisers gegrond. Dat betekent dat de rechtbank het bestreden besluit vernietigt.
12.1.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van dit besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen. Redengevend daarvoor is dat een tussenuitspraak niet zou bijdragen aan een doelmatige en efficiënte afdoeningswijze. Het college moet daarom een nieuw besluit op het bezwaar van eisers nemen, met inachtneming van wat in deze uitspraak onder 8.1 en 9.1 is overwogen. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
12.2.
Omdat het beroep gegrond is, moet het college het griffierecht aan eisers vergoeden. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
  • bepaalt dat het college het betaalde griffierecht van € 187,- aan eisers vergoedt;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 5 maart 2026 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 8:29
1. Partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen, kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de bestuursrechter mededelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.
2. Gewichtige redenen zijn voor een bestuursorgaan in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet open overheid de verplichting zou bestaan een verzoek om informatie, vervat in de over te leggen stukken, in te willigen.
3. De bestuursrechter beslist of de in het eerste lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
4. Indien de bestuursrechter heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd is, vervalt de verplichting.
5. Indien de bestuursrechter heeft beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, kan hij slechts met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die inlichtingen onderscheidenlijk die stukken uitspraak doen. Indien de toestemming wordt geweigerd, wordt de zaak verwezen naar een andere kamer.
6. Inzake een beroep tegen een besluit op grond van de Wet open overheid neemt, in zo verre in afwijking van het eerste en derde lid, uitsluitend de bestuursrechter kennis van de stukken waarvan op grond van de Wet open overheid om openbaarmaking of verstrekking is verzocht. De toestemming, bedoeld in het vijfde lid, is van rechtswege verleend.
Wet open overheid (Woo)
Artikel 1.1. Recht op toegang
Eenieder heeft recht op toegang tot publieke informatie zonder daartoe een belang te hoeven stellen, behoudens bij deze wet gestelde beperkingen.
Artikel 4.1. Verzoek
1. Eenieder kan een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. In het laatste geval beslist het verantwoordelijke bestuursorgaan op het verzoek.
(..)
3. De verzoeker behoeft bij zijn verzoek geen belang te stellen.
(..)
7. Een verzoek om informatie wordt ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 5.
Artikel 5.1. Uitzonderingen
2. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
(..)
c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
d. de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;
e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
(..)
Artikel 5.2. Persoonlijke beleidsopvattingen
1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter.
Artikel 8.2. Geen dwangsom niet tijdig beslissen
Paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op besluiten op grond van deze wet en op beslissingen op bezwaar tegen deze besluiten.
Paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht regelt de dwangsom bij niet tijdig beslissen.

Voetnoten

1.Vonnis van 14 augustus 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5594.
2.Artikel 4.1, eerste lid, van de Woo.
3.Artikel 1.1 van de Woo.
4.Artikel 4.1, zevende lid, van de Woo.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 31 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3088, r.o. 5.
6.Bijlage bij Kamerstukken I 2021/22, 33328, AB, p. 90.
7.Zie de uitspraak van de Afdeling van 25 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3823.
8.Artikel 8.2 van de Woo.