ECLI:NL:RBZWB:2026:1447
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.A.J. Bastiaansen
- J.H. Bogert
- M.A.M. van Meer
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij taakoverdracht woningcomplex door woningcorporaties
Belanghebbende, een woningcorporatie gericht op sociale huisvesting, heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur die de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de overdracht van een woningcomplex had afgewezen.
De rechtbank beoordeelde of de overdracht van het complex een overdracht van een zelfstandig onderdeel van een volkshuisvestelijke taak betrof, zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder h, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BRV) en het Uitvoeringsbesluit Wet BRV. De rechtbank concludeerde dat de overdracht meer omvat dan alleen onroerende zaken, namelijk ook de intensieve beheerrol en leefbaarheidsdossiers, en daarmee een taakoverdracht is.
De rechtbank verwierp het standpunt van de inspecteur dat niet voldaan zou zijn aan de voorwaarden voor vrijstelling, onder meer omdat de overdrager haar taken in de regio blijft uitoefenen. De rechtbank stelde dat de beoordeling vanuit het perspectief van de overdrager moet plaatsvinden en dat de overdracht van het complex een zelfstandig deel van de taak betreft.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de inspecteur de overdrachtsbelasting van € 764.868 moet terugbetalen, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de overdracht van het woningcomplex een taakoverdracht betreft en kent vrijstelling van overdrachtsbelasting toe.