ECLI:NL:RBZWB:2026:1452

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445536 / FA RK 26-1070
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Jong
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:241 BWArt. 800 RvArt. 2 Besluit gezagsregisters
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voogdij toegewezen aan gecertificeerde instelling wegens gezagsvacuüm bij afstandsbaby

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 2 maart 2026 om voorlopige voogdij over een minderjarige afstandsbaby toe te wijzen aan een gecertificeerde instelling (GI), Stichting Jeugdbescherming Brabant. De moeder, die van rechtswege het ouderlijk gezag heeft, is niet in staat of bereid het gezag uit te oefenen, waardoor een gezagsvacuüm is ontstaan.

De moeder is ongepland zwanger geraakt en wenst afstand te doen van het kind vanwege persoonlijke omstandigheden en culturele overwegingen. De minderjarige verblijft nog in het ziekenhuis in afwachting van plaatsing in een pleeggezin. De kinderrechter acht het dringend en noodzakelijk om de GI met voorlopige voogdij te belasten om de belangen van het kind te waarborgen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt vanaf 2 maart 2026 tot 16 maart 2026. Verdere beslissingen worden aangehouden tot na een mondelinge behandeling waarbij de moeder, de Raad en de GI worden gehoord. De beschikking is op 2 maart 2026 mondeling gegeven en op 3 maart 2026 schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: De voorlopige voogdij wordt toegewezen aan Stichting Jeugdbescherming Brabant voor twee weken wegens het ontbreken van gezagsuitoefening door de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445536 / FA RK 26-1070
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over de voorlopige voogdij
in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ROTTERDAM-DORDRECHT,
locatie Rotterdam,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2026 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
uitdrukkelijk domicilie kiezende bij [accommodatie] te [plaats 1] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • het mondelinge verzoek van de Raad op 2 maart 2026;
  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 3 maart 2026.

2.De feiten

2.1.
De moeder is van rechtswege belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in het [ziekenhuis] te [plaats 2] .

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de GI te belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter kan ingevolge artikel 1:241, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) op verzoek van onder meer de Raad een gecertificeerde instelling belasten met de voorlopige voogdij over de minderjarige indien het dringend en onverwijld noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over de minderjarige te voorzien teneinde de belangen van de minderjarige te kunnen behartigen.
4.2.
Op grond van artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking betreffende een voorlopige voogdij aanstonds worden afgegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige.
4.3.
De kinderrechter heeft de volgende informatie verkregen. De moeder is woonachtig bij haar moeder en jongere broer. Met 24 weken heeft de moeder ontdekt dat zij ongepland zwanger was van haar vriend. De moeder heeft haar zwangerschap voor haar familie geheim gehouden en alleen gedeeld met haar vriend en een goede vriendin. De moeder is voornemens tot het doen van afstand ter adoptie, omdat zij van mening is dat zij op dit moment niet de mogelijkheden heeft om de baby te bieden wat ze nodig heeft. Zij gunt de baby een liefdevol gezin met een stabiel huishouden. Daarbij speelt ook mee dat zij een Turkse culturele achtergrond heeft, haar vriend van Marokkaanse afkomst is en ongehuwd kinderen krijgen niet binnen haar cultuur geaccepteerd wordt. Sinds haar bevalling van [minderjarige] blijft de moeder bij haar voornemen tot het doen van afstand ter adoptie. Zij is inmiddels ontslagen uit het ziekenhuis, terwijl [minderjarige] in afwachting van een plaatsing in een pleeggezin nog even in het ziekenhuis moet blijven.
4.4.
De kinderrechter stelt vast, gelet op het voorgaande, dat de moeder nu en in de nabije toekomst niet in staat kan worden geacht om het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit te oefenen, althans dat zij daartoe niet bereid is, waardoor er feitelijk niet in het gezag over [minderjarige] wordt voorzien. Hierdoor is er sprake van een gezagsvacuüm. De kinderrechter is van oordeel dat het verhoor van partijen niet kan worden afgewacht en dat de verzochte maatregel dringend en noodzakelijk is teneinde de belangen van [minderjarige] te kunnen behartigen.
4.5.
De moeder, de Raad en de GI worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven over het verzoek tijdens de hierna te noemen mondelinge behandeling. In afwachting daarvan zal de kinderrechter de GI belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 2 maart 2026 en tot 16 maart 2026. Verdere beslissingen worden pas genomen als de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.
4.6.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [1]
4.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.8.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
belast de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant (de GI) met de voorlopige voogdij over [minderjarige] met ingang van 2 maart 2026 en tot 16 maart 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt iedere verdere beslissing op het verzoek aan en bepaalt dat de moeder, de Raad en de GI zullen worden gehoord tijdens de zitting
op [datum] 2026 om [uur]in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in Middelburg en ten overstaan van mr. Zuijdweg voor de duur van 45 minuten;
5.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor deze zitting voor de moeder, de Raad en de GI;
5.5.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is op 2 maart 2026 mondeling gegeven door mr. De Jong, kinderrechter, en vastgelegd in deze beschikking in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers als griffier op 3 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.