Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:1453

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445554 / JE RK 26-343
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Duinhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige na ernstige mishandeling en weglopen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering om een spoedmachtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2010. De minderjarige verblijft reeds onder toezicht en in een jeugdhulpaccommodatie, maar is meerdere malen weggelopen en slachtoffer geworden van ernstige mishandeling en seksuele uitbuiting.

De kinderrechter neemt kennis van het dossier en het forensisch onderzoek waaruit blijkt dat de minderjarige fors mishandeld en misbruikt is. De minderjarige voelt zich niet langer veilig in de huidige accommodatie en heeft contact met een onbekend netwerk dat risico's met zich meebrengt. Ondanks begeleiding kan de veiligheid van de minderjarige en groepsgenoten niet worden gegarandeerd.

Gezien het ernstige gevaar en de noodzaak tot onmiddellijke bescherming, verleent de kinderrechter een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor de duur van twee weken. De behandeling van het resterende verzoek wordt aangehouden. De minderjarige, haar ouders en de gecertificeerde instelling worden opgeroepen voor een zitting om hun mening te geven, waarbij een onafhankelijke gedragswetenschapper betrokken is.

De beschikking is openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 en biedt de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor twee weken vanwege ernstig gevaar voor de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445554 / JE RK 26-343
Zaaknummer: C/02/445558 / JE RK 26-344
Datum uitspraak: 3 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERINGte Eindhoven,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
ingeschreven op een bij de rechtbank bekend adres in het arrondissement van deze rechtbank en feitelijk verblijvende op een onbekend adres,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 1] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 3 maart 2026.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van de kinderrechter van 9 september 2021 is [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 9 september 2021 en tot 9 september 2022. De ondertoezichtstelling is vervolgens steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 19 augustus 2025 met ingang van 9 september 2025 en tot 9 september 2026.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van 21 augustus 2024 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 21 augustus 2024 en tot 4 september 2024, onder aanhouding van het resterende deel van het spoedverzoek.
2.4.
Bij beschikking van 3 september 2024 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend met ingang van 4 september 2024 en tot 9 september 2024. Ook is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengd met ingang van 9 september 2024 en tot 9 september 2025.
2.5.
Bij beschikking van 21 november 2024 is met ingang van 1 januari 2025 de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering vervangen door de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering.
2.6.
Bij beschikking van 19 augustus 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd met ingang van 9 september 2025 en tot 9 september 2026.
2.7.
[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

3.De verzoeken

C/02/445554 / JE RK 26-343
3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
C/02/445558 / JE RK 26-344
3.2.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie van de GI ontvangen. [minderjarige] verblijft op dit moment met een daartoe strekkende machtiging bij [accommodatie] . Eind februari 2026 is [minderjarige] weggelopen van de groep en is vervolgens vijf dagen vermist geweest. Uiteindelijk is zij gevonden doordat zij zelf naar de politie is gegaan. Nadat is gebleken dat [minderjarige] meermaals is verkracht in [plaats 2] , is zij opgenomen in het ziekenhuis. Op 27 februari is [minderjarige] teruggekeerd op de groep, waarna zij op 2 maart 2026 opnieuw wegloopt en gevonden wordt op het station in [plaats 3] . Uit het forensisch onderzoek dat is uitgevoerd wordt vervolgens duidelijk dat [minderjarige] veel fysiek letsel heeft en meermaals verkracht is geweest. Geconcludeerd wordt dat [minderjarige] fors mishandeld is, misbruikt en dat zij opnieuw slachtoffer is geworden van seksuele uitbuiting. Daarnaast is gebleken dat [minderjarige] in de afgelopen periode heeft geprobeerd groepsgenoten te ronselen. [minderjarige] staat in contact met een onbekend netwerk in [plaats 2] en voelt zich niet langer veilig bij [accommodatie] . Ondanks de één-op-één begeleiding kan de veiligheid van [minderjarige] en die van haar groepsgenoten niet langer worden gewaarborgd. De GI schat het risico groot dat [minderjarige] opnieuw zal weglopen en zichzelf en haar omgeving in gevaar zal brengen.
4.2.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.3.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] , gezien de toenemende zorgen over het (wegloop)gedrag van [minderjarige] en het risico die dit met zich meebrengt ten aanzien van haar veiligheid. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken, te weten tot 17 maart 2026. Het verzoek zal voor het overige deel worden aangehouden.
4.4.
De onafhankelijke gekwalificeerde gedragswetenschapper, mevrouw [persoon] , heeft op basis van het dossier heden telefonisch ingestemd met spoedverzoek van de GI.
4.5.
Aan [minderjarige] zal mr. R. Wouters als advocaat worden toegevoegd. De GI, [minderjarige] , haar advocaat en beide ouders worden op [datum] 2026 in de gelegenheid gesteld hun mening over de voorliggende verzoeken te geven.
4.6.
De kinderrechter verwacht dat de onafhankelijke gedragswetenschapper [minderjarige] vóór de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft gezien en gesproken en dat door tussenkomst van de GI uiterlijk vrijdag 09:00 uur een schriftelijke verklaring van de gedragswetenschapper wordt overgelegd, zowel ten aanzien van het spoedverzoek als het reguliere verzoek.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 3 maart 2026 en tot 17 maart 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het resterende deel van het spoedverzoek aan;
5.3.
roept de GI, beide ouders en [minderjarige] en haar advocaat op voor de zitting
op [datum] 2026 om [uur]in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in Middelburg ten overstaan van mr. Van de Merbel voor de duur van 45 minuten;
5.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beschikking is gegeven door Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026, in aanwezigheid van Bakker-Maljers als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).