ECLI:NL:RBZWB:2026:1456

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
C/02/443950 / JE RK 26-63
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens onveilige gezinssituatie

De Raad voor de Rechtspraak heeft op 3 februari 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2023 en 2024, die bij hun moeder wonen. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging omdat de moeder niet aan de veiligheidsafspraken voldeed en de vader, die geen gezag heeft, voor spanningen zorgt.

De moeder stemde in met de ondertoezichtstelling en gaf aan de hulp van de GI nodig te hebben. De vader was niet aanwezig bij de zitting. De kinderrechter constateerde dat de ontwikkeling van de minderjarigen ernstig wordt bedreigd door de onveilige situatie en het niet nakomen van afspraken, wat leidde tot escalaties binnen de woonvoorziening SDW.

SDW besloot de moeder en minderjarigen per 1 april 2026 te laten vertrekken. Er is een intensiever behandeltraject in een moeder- en kindplaatsing in een andere plaats beschikbaar vanaf maart. De kinderrechter oordeelde dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft om een veilige en stabiele opvoedomgeving te waarborgen en verlengde deze voor de duur van een jaar, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt verlengd voor de duur van een jaar en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443950 / JE RK 26-63
Datum uitspraak: 3 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader], hierna te noemen de vader.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
Namens de GI is naar voren gebracht dat SDW heeft aangegeven de samenwerking met de moeder op 1 april 2026 te stoppen. Zij kunnen met de moeder niet werken aan de gestelde doelen omdat de afspraken in het veiligheidsplan niet worden nagekomen. De vader blijft langskomen wat zorgt voor hoogoplopende spanningen. De minderjarigen hebben daar ook last van. De GI heeft contact gelegd met een organisatie in [plaats] . Zij hebben een plek beschikbaar in maart. Dit betreft een 16 weken durende moeder- en kindplaatsing waar behandeling zal plaatsvinden. Dit betreft een intensiever traject dan bij SDW. De bedoeling is ook om de moeder bewust verder uit de buurt van de vader te plaatsen zodat er afstand wordt gecreëerd. Er zal echter wel aandacht blijven voor de contacten tussen de vader en de minderjarigen. Het is de bedoeling dat er in het komende jaar zal worden gewerkt aan rust en stabiliteit voor de minderjarigen. Daarnaast moet de moeder rust en ruimte krijgen om aan zichzelf te werken en zal de situatie tussen de ouders tot rust moeten komen.
4.2.
De moeder heeft verklaard dat zij instemt met een ondertoezichtstelling. Zij heeft de hulp van de GI nodig. Omdat de vader geen gezag heeft, kan de GI de vader niks opleggen. Hij doet waar hij zelf zin in heeft en daar heeft de moeder veel last van.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd.
Het afgelopen jaar is gewerkt aan het stabiliseren van de gezinssituatie. Dit is moeizaam gebleken, aangezien de ouders de gemaakte veiligheidsafspraken niet nakwamen. Dit heeft meermalen geleid tot escalaties binnen de woonvoorziening van SDW, waar de moeder en de minderjarigen op dat moment verbleven. Door deze aanhoudende onveiligheid heeft SDW in november besloten dat de moeder en de minderjarigen de woongroep moeten verlaten op 1 april 2026. Dit besluit is genomen omdat het SDW niet lukt om met de moeder te werken aan de doelen omdat zij zich niet aan afspraken houdt en de vader voor teveel onveilige situaties heeft gezorgd waar ook de andere bewoners last van hebben. Een ondertoezichtstelling blijft noodzakelijk om een veilige woonsituatie te creëren voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . Inmiddels is er zicht op een woonvoorziening in [plaats] . Dit betreft een moeder- en kindplaatsing waar zij in maart terecht zou kunnen. Hulpverlening in een gedwongen kader blijft noodzakelijk omdat het de moeder zelfstandig niet lukt om een stabiele en voorspelbare opvoedomgeving voor de minderjarigen te creëren.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 11 februari 2026 tot 11 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026 door mr Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van Rozendaal als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.