ECLI:NL:RBZWB:2026:146
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens termijnoverschrijding in belastingzaak
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 januari 2026, wordt het beroep van de belanghebbende tegen de WOZ-beschikking 2024 behandeld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het te laat is ingediend. De belanghebbende had tot 3 september 2024 de tijd om haar beroepschrift in te dienen, maar dit is pas op 12 september 2024 ontvangen. De rechtbank stelt vast dat de poststempel op de envelop niet leesbaar is, waardoor de tijdigheid van de indiening niet kan worden vastgesteld. De belanghebbende heeft aangevoerd dat haar zoon het beroepschrift op 31 augustus 2024 ter post heeft bezorgd, maar deze stelling is niet onderbouwd met bewijs. De rechtbank concludeert dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en het bestreden besluit in stand blijft. De belanghebbende krijgt geen griffierecht terug en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.