ECLI:NL:RBZWB:2026:146

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
AWB-24_6524
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens termijnoverschrijding in belastingzaak

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 januari 2026, wordt het beroep van de belanghebbende tegen de WOZ-beschikking 2024 behandeld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het te laat is ingediend. De belanghebbende had tot 3 september 2024 de tijd om haar beroepschrift in te dienen, maar dit is pas op 12 september 2024 ontvangen. De rechtbank stelt vast dat de poststempel op de envelop niet leesbaar is, waardoor de tijdigheid van de indiening niet kan worden vastgesteld. De belanghebbende heeft aangevoerd dat haar zoon het beroepschrift op 31 augustus 2024 ter post heeft bezorgd, maar deze stelling is niet onderbouwd met bewijs. De rechtbank concludeert dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en het bestreden besluit in stand blijft. De belanghebbende krijgt geen griffierecht terug en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6524
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 15 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van Sabewa, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 juli 2024, betreffende de WOZ-beschikking 2024 met aanslagnummer [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het beroep te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader van de rechtbank
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. [2] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.
3.1.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post [4] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. [5] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de envelop een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het beroepschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan.
3.2.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [6]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 23 juli 2024 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. Belanghebbende heeft dit ook niet betwist, maar enkel aangevoerd dat zij de uitspraak op bezwaar op 30 juli 2024 heeft ontvangen. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 3 september 2024.
4.1.
Het beroepschrift is bij de rechtbank op 12 september 2024 binnengekomen. De rechtbank merkt op dat de poststempel niet leesbaar op de envelop is geplaatst. Zoals in overweging 3.1 is opgenomen, is het beroepschrift dan tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is ingediend, mits het niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen. [7] De rechtbank heeft het beroepschrift niet binnen één week na afloop van de termijn ontvangen, maar twee dagen na afloop van die termijn. Het beroepschrift is dan niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 8 oktober 2024 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 22 oktober 2024 een reden te geven voor het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Bij brief van 27 oktober 2024 (ontvangen op 28 oktober 2024) heeft belanghebbende aangegeven dat haar zoon het beroepschrift op 31 augustus 2024 ter post heeft bezorgd. Belanghebbende is daarom van mening dat het beroepschrift tijdig en binnen de beroepstermijn is ingediend.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het beroepschrift op 31 augustus 2024 ter post is bezorgd. Deze stelling is niet onderbouwd met enig bewijsstuk zoals een bewijs van (aangetekende) verzending. Niet aannemelijk is dus dat het beroepschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, de termijnoverschrijding is daarmee niet verschoonbaar.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenvergoeding bestaat ook geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. W.M.C. Oomen, griffier, op 15 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
5.Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
6.Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb.
7.Dit volgt uit artikel 6:9 lid 2 van de Awb.