Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting 2020 en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente. De inspecteur had een aanslag opgelegd van €596.287 en belastingrente van €19.657, welke het bezwaar ongegrond verklaarde.
Tijdens de zitting op 22 januari 2026 bereikten partijen een compromis waarbij belanghebbende een bedrag van €150.000 ten laste van de winst mag brengen vanwege afwaardering van een rekening-courantvordering. Dit leidt tot een vermindering van de aanslag tot €446.287.
Daarnaast stelde de inspecteur zich op het standpunt dat het belastingrentepercentage onjuist was vastgesteld op 8%, en dat dit percentage verlaagd moet worden naar 4% conform het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026 en het Besluit belasting- en invorderingsrente 2023.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en bepaalde dat de aanslag en belastingrente dienovereenkomstig worden verminderd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van belanghebbende, berekend op €3.200.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 5 maart 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.