ECLI:NL:RBZWB:2026:1468

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
12058053 VV EXPL 26-4 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Boeder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruiming garage wegens opzegging huurovereenkomst en huurachterstand

De Stichting TBV heeft de huurovereenkomst voor een garage opgezegd per 3 november 2025. De huurder maakt sindsdien zonder recht of titel gebruik van de garage en is in gebreke gebleven met betaling, met een huurachterstand van dertien maanden.

TBV vordert ontruiming van de garage en betaling van proceskosten. De huurder is niet verschenen en er is verstek verleend. De kantonrechter oordeelt dat TBV een spoedeisend belang heeft vanwege de voortdurende inbreuk op het eigendomsrecht en de oplopende huurachterstand.

De vordering tot ontruiming wordt toegewezen en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De huurder wordt veroordeeld om binnen drie dagen de garage te ontruimen en de sleutels aan TBV te overhandigen, alsmede de proceskosten te betalen.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de garage wordt toegewezen en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12058053 \ VV EXPL 26-4
Vonnis in kort geding van 6 maart 2026
in de zaak van
STICHTING TBV,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: TBV,
gemachtigde: mr. T. Stoutjesdijk,
tegen
[huurder],
zonder bekende woon- of verblijfsplaats binnen en buiten Nederland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder],
niet verschenen.
De zaak in het kort
Verhuurder heeft de huurovereenkomst voor een garage opgezegd, waardoor huurder momenteel zonder recht of titel gebruik maakt van de garage. Huurder is niet verschenen en tegen hem is verstek verleend. De vordering tot ontruiming komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in kort geding van 20 januari 2026 met producties,
  • de mondelinge behandeling van 20 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De feiten

2.1.
[huurder] huurde een garage van TBV aan [adres 1] tegen een maandelijkse huurprijs van € 67,16.
2.2.
Per brief van 22 september 2025 heeft TBV de huurovereenkomst opgezegd tegen 3 november 2025.

3.Het geschil

3.1.
TBV vordert samengevat - ontruiming van de garage aan [adres 2] met veroordeling van [huurder] in de proceskosten. TBV legt aan de vordering het volgende ten grondslag. TBV heeft de huurovereenkomst opgezegd, waardoor [huurder] momenteel zonder recht of titel gebruik maakt van de garage. Het spoedeisend belang is gelegen in het feit dat [huurder] inbreuk maakt op het eigendomsrecht van TBV en dat de huurachterstand van inmiddels dertien maanden alleen maar blijft oplopen.
3.2.
[huurder] is niet verschenen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Verstek
4.1.
Ondanks dat hij behoorlijk is gedagvaard volgens de bij wet bepaalde termijnen en formaliteiten is [huurder] niet ter zitting verschenen. Hij heeft ook niet om uitstel verzocht. Tegen [huurder] wordt verstek verleend.
Spoedeisend belang
4.2.
De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als TBV daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is, omdat [huurder] momenteel zonder recht of titel gebruik maakt van de garage. TBV hoeft deze inbreuk op haar eigendomsrecht niet nog langer te accepteren. Daarnaast blijft ook de huurachterstand oplopen.
Ontruiming van de garage
4.3.
Vast staat dat TBV de huurovereenkomst heeft opgezegd en dat [huurder] momenteel zonder recht of titel gebruik maakt van de garage. De vordering tot ontruiming komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.4.
TBV heeft verzocht om het vonnis gemotiveerd uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het niet uitvoerbaar verklaren van het vonnis verdraagt zich niet met de aard van de vordering. Daarnaast weegt het belang van TBV bij ontruiming zwaarder dan het belang van [huurder] bij behoud van de garage. TBV heeft aangegeven er belang bij te hebben dat haar vorderingen meteen ten uitvoer kunnen worden gelegd, omdat zij hiermee een onnodige benadeling van haar rechtspositie in een eventueel executiegeschil kan voorkomen. [huurder] weigert de garage te ontruimen en daarnaast is sprake van een forse betalingsachterstand die blijft oplopen. [huurder] heeft dit verder niet weersproken. De kantonrechter zal het vonnis dan ook uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
De proceskosten
4.5.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TBV worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
171,20
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
995,70

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [huurder] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de garage aan [adres 2] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van TBV zijn, en de sleutels af te geven aan TBV,
5.2.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 995,70, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Boeder en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.