ECLI:NL:RBZWB:2026:147
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens termijnoverschrijding in belastingzaak
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 januari 2026, wordt het beroep van de belanghebbende tegen de naheffingsaanslag van de gemeente Sluis behandeld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken en begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. In dit geval was de dagtekening 15 oktober 2024, waardoor de termijn eindigde op 26 november 2024. De belanghebbende heeft zijn beroepschrift echter pas op 30 december 2024 ingediend, wat buiten de termijn valt. De rechtbank heeft de belanghebbende de gelegenheid gegeven om een reden voor de termijnoverschrijding te geven, maar er is geen verontschuldiging ontvangen. Hierdoor blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep niet inhoudelijk beoordeeld. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, wat betekent dat de belanghebbende geen griffierecht terugkrijgt en er geen proceskostenvergoeding wordt toegekend.