ECLI:NL:RBZWB:2026:148
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding in belastingzaak
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 januari 2026, wordt het verzoek van belanghebbende B.V. om een proceskostenvergoeding afgewezen. De belanghebbende had dit verzoek ingediend na de intrekking van zijn beroep tegen een besluit van de heffingsambtenaar van 20 februari 2025. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar de gelegenheid gegeven om te reageren op het verzoek, maar deze heeft aangegeven dat de kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af, omdat de heffingsambtenaar weliswaar tegemoet is gekomen aan het beroep van belanghebbende door de naheffingsaanslag te vernietigen, maar dit niet voldoende is voor een proceskostenvergoeding. De rechtbank verduidelijkt dat een proceskostenvergoeding alleen mogelijk is voor kosten zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De gestelde reiskosten en verletkosten zijn niet voor vergoeding in aanmerking gekomen, omdat deze betrekking hebben op de bezwaarfase en er geen verzoek om vergoeding is gedaan voordat de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar heeft gedaan.
Wel is de heffingsambtenaar verplicht om het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 385 te vergoeden. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van deze beslissing.