ECLI:NL:RBZWB:2026:148

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
AWB-25_1428
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding in belastingzaak

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 januari 2026, wordt het verzoek van belanghebbende B.V. om een proceskostenvergoeding afgewezen. De belanghebbende had dit verzoek ingediend na de intrekking van zijn beroep tegen een besluit van de heffingsambtenaar van 20 februari 2025. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar de gelegenheid gegeven om te reageren op het verzoek, maar deze heeft aangegeven dat de kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af, omdat de heffingsambtenaar weliswaar tegemoet is gekomen aan het beroep van belanghebbende door de naheffingsaanslag te vernietigen, maar dit niet voldoende is voor een proceskostenvergoeding. De rechtbank verduidelijkt dat een proceskostenvergoeding alleen mogelijk is voor kosten zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De gestelde reiskosten en verletkosten zijn niet voor vergoeding in aanmerking gekomen, omdat deze betrekking hebben op de bezwaarfase en er geen verzoek om vergoeding is gedaan voordat de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar heeft gedaan.

Wel is de heffingsambtenaar verplicht om het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 385 te vergoeden. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van deze beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/1428
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 15 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [woonplaats] , belanghebbende

en
de heffingsambtenaar van Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een vergoeding van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 20 februari 2025.
1.1.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank meegedeeld dat de kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de heffingsambtenaar aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de heffingsambtenaar geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 6 maart 2025 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van belanghebbende ongegrond is verklaard. De heffingsambtenaar heeft op 22 april 2025 laten weten de naheffingsaanslag met aanslagbiljetnummer [aanslagbiljetnummer] te vernietigen. Hiermee is de heffingsambtenaar tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.
Moet de heffingsambtenaar de proceskosten van belanghebbende vergoeden?
5. De heffingsambtenaar is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van belanghebbende, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Zoals de rechtbank begrijpt heeft belanghebbende verzocht om een reiskostenvergoeding en verletkosten (één dag) voor het bespreken van de feiten samen met de heffingsambtenaar op locatie en het opstellen van het bezwaar.
5.1.
De rechtbank merkt op dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is voor kosten zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Een proceskostenvergoeding kan niet worden gevraagd voor het tijdverzuim in verband met het opstellen van stukken. Daarbij komen de gestelde reiskosten en verletkosten niet voor vergoeding in aanmerking reeds gelet op het volgende. Gelet op de toelichting zien de gestelde kosten op de bezwaarfase. De kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar heeft moeten maken, kunnen alleen worden vergoed indien daartoe een verzoek is gedaan voordat het bestuursorgaan beslist bij de beslissing op het bezwaar. [3] De ontvanger heeft – door belanghebbende onweersproken – gesteld dat een dergelijk verzoek niet is gedaan voordat de ontvanger uitspraak op bezwaar heeft gedaan.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 385 te vergoeden. [4]

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. W.M.C. Oomen, griffier, op 15 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Artikel 7:15, tweede en derde lid, van de Awb
4.Artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.