ECLI:NL:RBZWB:2026:149
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de naheffingsaanslag van de gemeente Breda
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedateerd 15 januari 2026, wordt het beroep van de belanghebbende tegen de naheffingsaanslag van de gemeente Breda behandeld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het te laat is ingediend. De belanghebbende had tot 21 juli 2025 de tijd om zijn beroepschrift in te dienen, maar heeft dit pas op 24 september 2025 gedaan. De rechtbank legt uit dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar, die in dit geval op 15 juni 2025 was. De rechtbank heeft de belanghebbende de gelegenheid gegeven om een reden voor de te late indiening te geven, maar oordeelt dat de belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het verzuim verschoonbaar is. De rechtbank benadrukt dat de belanghebbende zelf verantwoordelijk is voor het bijhouden van zijn e-mail en het controleren van zijn spam inbox. Aangezien het beroep niet-ontvankelijk is verklaard, wordt het bestreden besluit in stand gehouden en heeft de belanghebbende geen recht op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.