ECLI:NL:RBZWB:2026:1502

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
8 maart 2026
Zaaknummer
JE RK 26-136 en C/02/444387 / JE RK 26-140
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Leuven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 6.1.2 JeugdwetArt. 6.1.3 Jeugdwet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met spoed en vervolgperiode

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 februari 2026 een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend aan een minderjarige geboren in 2010, die kampt met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen. De minderjarige verbleef op een crisisplaats en er was sprake van een dreigende uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie.

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de spoedmachtiging en aansluitend een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor zes maanden. De GI gaf aan dat er een passende open plaatsing mogelijk was bij een accommodatie, mits de financiering door de gemeente geregeld werd. De minderjarige en haar advocaat onderschreven het belang van hulp en een open plaatsing, maar de GI wilde een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp achter de hand houden.

De kinderrechter oordeelde dat de spoedmachtiging terecht was verleend en dat de GI nog geen verzoek voor een voorwaardelijke machtiging had ingediend. Daarom werd het verzoek voor een voorwaardelijke machtiging aangehouden. Wel werd een machtiging verleend voor gesloten jeugdhulp van 9 tot 23 februari 2026, zodat de minderjarige niet van de wachtlijst bij de gesloten hulpverlening wordt afgehaald. De behandeling van het resterende verzoek werd uitgesteld tot nader bericht van de GI en reactie van de advocaat van de minderjarige.

De moeder was niet aanwezig bij de zitting, maar de zitting werd voortgezet. De vader gaf aan te hopen dat de juiste zorg wordt geboden. De minderjarige gaf aan open te staan voor hulp en wilde naar de open accommodatie. De kinderrechter benadrukte het belang van snelle financiering door de gemeente voor de open plaatsing.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen drie maanden na dagtekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging en aansluitend een machtiging gesloten jeugdhulp voor twee weken, met aanhouding van het resterende verzoek voor een voorwaardelijke machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444370 / JE RK 26-136 (regulier verzoek)
C/02/444387 / JE RK 26-140 (spoed verzoek)
Datum uitspraak: 5 februari 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
en
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. J.J.R. Albicher uit Roosendaal.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

1.Het verdere verloop procesverloop

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de in deze zaak gegeven beschikking van 26 januari 2026 en alle daarin genoemde stukken;
  • de instemmingverklaring van gedragswetenschapper [persoon 1] van 2 februari 2026 uitgereikt op de zitting van 5 februari 2026.
1.2.
Op 5 februari 2026 heeft de kinderrechter het verzoek behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
  • [minderjarige] , die ook apart is gehoord, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toestemming verleend voor de aanwezigheid van de twee begeleiders van [minderjarige] .
1.4.
Hoewel de moeder correct is opgeroepen, is zij niet bij de zitting verschenen. De kinderrechter besluit de zitting voort te zetten bij afwezigheid van de moeder. De overige aanwezigen hebben hiertegen geen bezwaar.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is op [geboortedag] 2010 geboren als kind van de moeder en de vader.
2.2.
De moeder was tijdens de geboorte van [minderjarige] minderjarig, waardoor er van rechtswege niet in het gezag werd voorzien. De vader heeft [minderjarige] erkend maar heeft geen gezag over haar.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van 2 maart 2010 is de GI belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] met ingang van 2 maart 2010 tot 25 mei 2010.
2.4.
Bij beschikking van de kinderrechter van 24 juni 2010 is [persoon 2] , oma van [minderjarige] , benoemd tot voogdes. De oma is op 18 april 2020 overleden.
2.5.
Bij beschikking van 30 oktober 2020 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Brabant.
2.6.
[minderjarige] verbleef formeel op een crisisplaats, welke plaatsing verliep op 26 januari 2026. De kinderrechter heeft bij de in deze zaak gegeven beschikking van 26 januari 2026 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 26 januari 2026 tot 9 februari 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
2.7.
[minderjarige] verblijft op dit moment op een open crisisplek bij de centrale zorggroep op de [zorggroep] .

3.De (resterende) verzoeken

Thans liggen de volgende verzoeken nog ter beoordeling voor:
Spoedverzoek C/02/444387 / JE RK 26-140
3.1.
De GI verzoekt om een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de resterende duur van twee weken.
Regulier verzoekC/02/444370 / JE RK 26-136
3.2.
De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Er zijn veel zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] . Ze loopt veel weg en heeft de hoop zwanger te raken. [minderjarige] kwam op straat te staan, maar wist dat er een opsporingsbericht door de politie was verspreid. Zij heeft contact met de politie opgenomen, waarna zij op de crisisgroep is geplaatst waar zij nu verblijft. Haar verblijf daar liep eigenlijk tot gisteren. Het probleem is dat er nergens plek is binnen de gesloten jeugdzorg. Er is wel plek voor [minderjarige] bij [accommodatie] . [minderjarige] past daar perfect binnen de doelgroep, maar dat is een open plaatsing. De voogd zal er de dag na de zitting samen met [minderjarige] heengaan voor een intakegesprek. Het vervelende is dat de financiering vanuit de gemeente nog geregeld moet worden. Als de plaatsing daardoor niet door kan gaan is de enige andere optie een gesloten plaatsing. In het geval dat [minderjarige] wel terecht kan bij [accommodatie] en het loopt op de een of andere manier mis, dan is het wenselijk dat de GI de gesloten machtiging achter de hand heeft.
4.2.
De GI heeft verder nog toegelicht dat een complicerende factor bovendien is dat wanneer de kinderrechter de machtiging niet verleent [minderjarige] van de wachtlijst voor een gesloten plaatsing bij [hulpverlening] zal worden afgehaald. Als de plek bij [accommodatie] niet door zal gaan, vanwege de financiering, is er niets voor [minderjarige] geregeld. Binnen twee weken kan er met [hulpverlening] worden gesproken over de voorwaarden van een voorwaardelijke machtiging.

5.Het standpunt van de Raad

5.1.
De plaatsing bij [accommodatie] heeft een grote kans van slagen als de financiering rondkomt. Dat is voor [minderjarige] een passende plek. [minderjarige] geeft duidelijk aan dat zij begrenzing nodig heeft. Het is knap dat zij dat kan aangeven. Een voorwaardelijke machtiging tot gesloten plaatsing zou volgens de Raad passend zijn.

6.Het standpunt van belanghebbende

6.1.
[minderjarige] heeft de kinderrechter, samengevat, verteld dat ze graag een kans zou willen om open geplaatst te worden. Het is eerder al vijf jaar goed gegaan. Het ging nu mis omdat ze met de verkeerde personen omging. Wanneer [minderjarige] bij [accommodatie] zou worden geplaatst is ze uit de regio en komt ze die mensen niet tegen, ook in geval van een open plaatsing. [minderjarige] wil niet meer zwanger worden, vind het prima dat er hulpverlening komt en wil naar [accommodatie] .
6.2.
Namens [minderjarige] voert mr. J.J.R. Albicher, samengevat, aan dat hij zich kan vinden in de toewijzing van het verzoek voor een korte periode zodat een verzoek tot een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp kan worden ingediend. [minderjarige] aanvaardt alle hulp die nodig is. Ze wil naar [accommodatie] .
Hoewel mr Albicher de juridische hobbel ziet acht hij het wel in het belang van [minderjarige] dat de verzochte maatregel voor zeer korte duur wordt toegewezen.

7.Het standpunt van informanten

7.1.
De vader verklaart, samengevat, dat hij het vreemd vindt dat er zoveel onduidelijkheid is over een plek en dat niet de juiste zorg wordt aangeboden. De vader hoopt dat welke plaatsing er ook volgt [minderjarige] daar de juiste behandeling krijgt.

8.De (nadere) beoordeling

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
8.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet, dient om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te kunnen verlenen naar het oordeel van de kinderrechter onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk te zijn in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen van de jeugdige die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren of een ernstig vermoeden daarvan. Bovendien dient een uithuisplaatsing noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de hulp die de jeugdige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.
8.2.
Bij voornoemde beschikking van 26 januari 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken en iedere verdere beslissing aangehouden zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden. Zij zijn bij de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. Naar aanleiding daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel. Dit betekent dat de spoedbeslissing op goede gronden is genomen.
Aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp
8.3.
De kinderrechter dient de vraag te beantwoorden of een machtiging gesloten jeugdhulp gerechtvaardigd is. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan een machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:
a. jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
b. de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
c. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
8.4.
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter als volgt. Er bestaan grote zorgen. [minderjarige] loopt veel weg waardoor er weinig zicht op haar is. Er is zicht op een plek voor [minderjarige] bij [accommodatie] , mits de gemeente de financiering daarvoor regelt. Het zou gaan om een open plaatsing. Alle partijen zijn het ermee eens dat dit de beste plek voor [minderjarige] is. De kinderrechter merkt op dat het in het belang van [minderjarige] is dat de gemeente de financiering voor deze plaatsing zo snel als mogelijk rondmaakt.
8.5.
De kinderrechter constateert dat de GI in feite de kinderrechter verzoekt om een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen, maar dat zo’n verzoek nog niet voor ligt. De kinderrechter kan die voorwaardelijke machtiging dan nu ook niet verlenen. Ondanks dat de GI niet voornemens is [minderjarige] nu gesloten te plaatsen heeft de GI verzocht het verzoek toch toe te wijzen zodat [minderjarige] niet van de wachtlijst bij [hulpverlening] wordt afgehaald. Zowel [minderjarige] en haar advocaat, de vader, de GI als de Raad stemmen hiermee in. De kinderrechter zal daarom het verzoek toewijzen voor de duur van twee weken. De kinderrechter verwacht dat de GI in de komende weken met [hulpverlening] in gesprek zal gaan over de voorwaarden voor een voorwaardelijke machtiging en daartoe een verzoek zal indienen bij de rechtbank. In feite zal de gesloten plaatsing voor twee weken dus niet uit worden gevoerd, maar wordt deze enkel uitgesproken zodat [minderjarige] niet van de wachtlijst bij [hulpverlening] wordt afgehaald. Dat zou er immers toe kunnen leiden dat [minderjarige] op straat komt te staan als de plaatsing bij [accommodatie] niet doorgaat. Het overige deel van het verzoek zal worden aangehouden.
8.6.
Van de GI verwacht de kinderrechter, uiterlijk op
de in het dictum vermelde pro forma datum, een schriftelijk bericht over de stand van zaken en dat het hiervoor besproken verzoek tijdig zal worden ingediend.
8.7.
Van de advocaat van [minderjarige] verneemt de rechtbank graag tijdig of het aangehouden deel van dit verzoek en het nieuwe verzoek inzake de voorwaardelijke machtiging, schriftelijk kan worden afgedaan zoals op zitting is besproken.
8.8.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

9.De beslissing

De kinderrechter:
Spoedverzoek C/02/444387 / JE RK 26-140
9.1.
wijst het resterende deel van het verzoek strekkende tot een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp af;
Regulier verzoekC/02/444370 / JE RK 26-136
9.2.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 9 februari 2026 tot 23 februari 2026;
9.3.
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan tot
donderdag 19 februari 2026 PRO FORMA, in afwachting van schriftelijk bericht van de GI en de reactie daarop van de advocaat van [minderjarige] , zoals is weergegeven in rechtsoverweging 8.6.
Deze beslissing is mondeling gegeven door mr. Van Leuven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 12 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.