Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.
1.Het verdere verloop procesverloop
- de in deze zaak gegeven beschikking van 26 januari 2026 en alle daarin genoemde stukken;
- de instemmingverklaring van gedragswetenschapper [persoon 1] van 2 februari 2026 uitgereikt op de zitting van 5 februari 2026.
- [minderjarige] , die ook apart is gehoord, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
2.De feiten
3.De (resterende) verzoeken
4.Het standpunt van de GI
5.Het standpunt van de Raad
6.Het standpunt van belanghebbende
7.Het standpunt van informanten
8.De (nadere) beoordeling
de in het dictum vermelde pro forma datum, een schriftelijk bericht over de stand van zaken en dat het hiervoor besproken verzoek tijdig zal worden ingediend.
9.De beslissing
donderdag 19 februari 2026 PRO FORMA, in afwachting van schriftelijk bericht van de GI en de reactie daarop van de advocaat van [minderjarige] , zoals is weergegeven in rechtsoverweging 8.6.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.