Uitspraak
Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 januari 2026;
- het raadsonderzoek van 31 december 2025;
- de stelbrief van de advocaat van de moeder van 21 januari 2026;
- de stelbrief van de advocaat van de vader van 23 januari 2026.
2.De feiten
3.Het verzoek
[minderjarige 1]in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden.
4.Het standpunt van de Raad
5.Het standpunt van belanghebbende
6.Het standpunt van de GI
7.De beoordeling
- De kinderen ervaren voldoende rust en veiligheid (van hun opvoeders en omgeving), wat inhoudt dat ze geen overmatige stress/spanning ervaren door de gebeurtenissen in het verleden en heden;
- [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben vertrouwen in zichzelf en anderen, wat inhoudt dat ze succeservaringen opdoen op school, vrije tijd (met volwassenen en leeftijdsgenoten);
- De kinderen kunnen contacten met leeftijdsgenoten positief aangaan en vasthouden, waarin zij probleemsituaties met leeftijdsgenoten kunnen oplossen;
- De kinderen kunnen zich op school voldoende ontwikkelen, zowel t.a.v. schoolse taken als omgang met leeftijdsgenoten;
- [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] staan in contact met eigen emoties/behoeften (weten wat hun emoties en behoeften zijn) kunnen op passende wijze hun emoties en behoeften uiten. Dit houdt in dat ze allereerst weten hoe en waarom ze zich boos, verdrietig, angstig of blij voelen en wat ze kunnen doen als emoties hoog oplopen (hen overspoelen);
- [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben duidelijkheid over waar zij kunnen opgroeien en welke rol ouders daarin vervullen;
- De thuissituatie vormt een veilige basis, waar geen sprake is van politiecontacten en/of overmatige spanningen;
- De kinderen ervaren geen verbaal en fysiek geweld onderling en met de ouders en ook tussen de ouders onderling is geen sprake van verbaal of fysiek geweld.
8.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.