ECLI:NL:RBZWB:2026:1515

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
8 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444263 / FA RK 26-354
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Weert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met depressieve stemmingsstoornis en psychotische overschrijdingen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1949, die verblijft in een zorginstelling te Breda. Betrokkene was niet bereid zich te laten horen tijdens de zitting, waarop de rechtbank de zitting buiten haar aanwezigheid voortzette.

De verpleegkundige en verpleegkundig specialist in opleiding gaven aan dat betrokkene zorg en begeleiding bij de ADL-zorg weigert, wat leidt tot slechte zelfzorg, vervuiling van de leefomgeving en weigering van medicatie. De diagnose werd recentelijk bijgesteld naar een depressieve stemmingsstoornis met psychotische overschrijdingen. Betrokkene vertoont oordeels- en kritiekstoornissen, paranoïde overtuigingen en is niet in staat voor zichzelf te zorgen, met risico op ernstig lichamelijk letsel en levensgevaar.

De advocaat voerde verweer tegen het verzoek, stellende dat ADL-zorg niet onder medische handelingen valt, maar onder beperkingen in de vrijheid van het eigen leven. De mentor steunde het verzoek. De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt en dat verplichte zorg noodzakelijk is. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, met opname van het toedienen van medicatie, medische controles, medische handelingen voor ADL-zorg en beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten. Andere vormen van verplichte zorg werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor betrokkene vanwege ernstige psychische stoornis en weigering noodzakelijke zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444263 / FA RK 26-354
Datum uitspraak: 5 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
verblijvende in de accommodatie van [zorginstelling] te Breda, [locatie] ,
advocaat: mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg,
vertegenwoordigd door:
[de mentor], werkzaam bij [bewindvoerder] , als mentor over betrokkene,
hierna te noemen: de mentor.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
In het procesdossier zit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Bij die zitting zijn verschenen en heeft de rechtbank gehoord:
  • mr. Van Laarhoven;
  • mevrouw [verpleegkundig specialist in opleiding (i.o.)] , verpleegkundig specialist in opleiding (i.o.);
  • mevrouw [verpleegkundige] , verpleegkundige;
  • de mentor (telefonisch).
1.3.
Uit artikel 6:1, eerste lid Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) volgt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen.
1.4.
Bij aanvang van de zitting constateert de rechter dat betrokkene niet is verschenen. De rechter is daarom samen met de advocaat en de behandelaren naar de kamer van betrokkene gelopen. Betrokkene lag in haar bed en heeft desgevraagd aangegeven dat zij niet gehoord wil worden over het verzoek.
1.5.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet bereid is om zich te doen horen. De rechtbank heeft de zitting daarom buiten aanwezigheid van betrokkene voortgezet. De advocaat heeft hiermee ingestemd en was zelf wel bij de behandeling aanwezig.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om voor betrokkene een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden te verlenen.

3.De standpunten

3.1.
De verpleegkundige heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene heeft zorg en begeleiding nodig bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL-zorg), zoals bij het wassen, het douchen en het insmeren van de huid met (medicinale) zalf. Betrokkene weigert deze zorg en begeleiding echter vaker wel dan niet. Als gevolg hiervan is er bij betrokkene sprake van een slechte zelfzorg en van vervuiling van haar leefomgeving. Daarnaast weigert betrokkene dagelijks om haar medicatie in te nemen.
3.2.
De verpleegkundig specialist (i.o.) heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Het zorgplan is opgesteld vanuit het vermoeden dat de schizofreniespectrumstoornis van betrokkene op de voorgrond staat. Er is echter, ondanks gerichte medicatie, niet genoeg vooruitgang. Daarom is onlangs de diagnose van betrokkene bijgesteld, in die zin dat er nu van uit wordt gegaan dat bij betrokkene de depressieve stemmingsstoornis met psychotische overschrijdingen op de voorgrond staat. Op dit moment krijgt betrokkene echter geen optimale medicamenteuze behandeling, omdat zij dit weigert en zij hierover niet in gesprek wil. Betrokkene heeft eerder verplichte zorg gekregen. In 2024 is de zorg op vrijwillige basis voortgezet, omdat er toen sprake was van samenwerking met betrokkene. Inmiddels weigert betrokkene echter al ongeveer tien maanden de noodzakelijk geachte zorg. Doordat betrokkene de hulp en begeleiding die zij nodig heeft bij de ADL-zorg niet toelaat, met als gevolg dat zij zichzelf steeds verder vervuilt, zijn er ook zorgen ontstaan over haar somatische gezondheid. Hoewel een wisseling van behandelaren in de afgelopen periode betrokkene uit evenwicht heeft gebracht, is het verzet dat betrokkene toont tegen de noodzakelijk geachte zorg volgens de verpleegkundig specialist (i.o.) niet volledig daaraan te wijten. Over de vormen van verplichte zorg heeft de verpleegkundig specialist (i.o.) aangegeven dat “het toedienen van medicatie” en “het verrichten van medische controles” noodzakelijk zijn (zowel voor het controleren van de medicatiespiegel als voor het verrichten van lichamelijke medische controles) alsmede “het verrichten van andere medische handelingen (..)” voor het bieden van ADL-zorg. De overige verzochte vormen van verplichte zorg zijn volgens de verpleegkundig specialist (i.o.) niet nodig. Betrokkene accepteert namelijk dat zij in de accommodatie verblijft.
3.3.
De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. Omdat betrokkene vindt dat zij geen (verplichte) zorg nodig heeft, is namens betrokkene om afwijzing van het verzoek gepleit. Voor zover de rechtbank een zorgmachtiging voor betrokkene zal verlenen, stelt de advocaat zich op het standpunt dat het bieden van ADL-zorg valt onder “het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten (..)” en niet, zoals de verpleegkundig specialist (i.o.) aangeeft, onder “het verrichten van andere medische handelingen (..)”. De advocaat is daarom van mening dat enkel de vormen van verplichte zorg die zien op het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles noodzakelijk zijn en dat de ADL handelingen onder het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten valt.
3.4.
De mentor heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. De mentor stemt in met het verzoek. Betrokkene wil niets, terwijl er naar de mening van de mentor ingegrepen moet worden.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Hoewel de behandelaren ervan uitgingen dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis die op de voorgrond staat in combinatie met een depressieve stemmingsstoornis, is deze diagnose onlangs aangepast in die zin dat er thans van uit wordt gegaan dat betrokkene lijdt aan een depressieve stemmingsstoornis met psychotische overschrijdingen. De rechtbank stelt vast dat betrokkene in ieder geval lijdt aan een psychische stoornis. Dit is door en namens betrokkene ook niet betwist.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing.
4.4.
Onder invloed van voormelde stoornis kampt betrokkene met oordeels- en kritiekstoornissen en paranoïde overtuigingen. Betrokkene is niet meer in staat om voor zichzelf te zorgen. Zij heeft zichzelf en haar leefomgeving ernstig vervuild, met als gevolg dat er risico’s zijn ontstaan voor haar (lichamelijke) gezondheid. Zo heeft zij een vaginale schimmelinfectie die, als deze onbehandeld blijft, kan leiden tot ernstige gezondheidsschade. Betrokkene is daarnaast angstig en wantrouwend richting anderen, waarbij zij verbaal en fysiek agressief kan reageren. Vanwege haar slechte zelfzorg en haar negatieve gedrag, wordt zij uitgesloten door haar medebewoners. Betrokkene heeft ook paranoïde overtuigingen dat zij in de gaten wordt gehouden door haar familieleden.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Betrokkene heeft eerder verplichte zorg nodig gehad. In 2024 is de zorg op vrijwillige basis voortgezet, omdat er toen sprake was van samenwerking met betrokkene. Echter, gebleken is dat de psychotische overschrijdingen van betrokkene inmiddels zijn toegenomen en dat het daaruit voortkomend ernstig nadeel is verergerd. Doordat betrokkene niet beschikt over ziektebesef en -inzicht, is zij van mening dat er niets met haar aan de hand is. Zij wil daarom met rust gelaten worden. Inmiddels weigert betrokkene al gedurende tien maanden de noodzakelijk geachte zorg, zo heeft de verpleegkundig specialist (i.o.) aangegeven. De ADL-zorg wordt vaker niet dan wel geaccepteerd door betrokkene en zij weigert om haar medicatie in te nemen. Het lukt ook niet meer om haar alsnog in beweging te krijgen en haar te laten meewerken door met haar in gesprek te gaan. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg nu (wederom) noodzakelijk is.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten
(voor zover dit ziet op het bieden van ADL-zorg aan betrokkene).
4.8.
De rechtbank volgt de advocaat in zijn standpunt dat het bieden van ADL-zorg zoals wassen en douchen valt onder “het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten (..)” en niet onder “het verrichten van andere medische handelingen (..)”. Handelingen met betrekking tot de dagelijkse verzorging en hygiëne betreffen geen medische handelingen. Het insmeren van de huid met (medische) zalf valt, naar het oordeel van de rechtbank, daarentegen wel onder “het verrichten van medische handelingen (..)”. De rechtbank zal daarom beide vormen van verplichte zorg in deze zorgmachtiging opnemen. Nu de officier van justitie niet heeft verzocht om ook “het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten (..)” in deze zorgmachtiging op te nemen, zal de rechtbank deze vorm van verplichte zorg ambtshalve opnemen op grond van artikel 6:4, tweede lid, Wvggz.
4.9.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg, afwijzen omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
4.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.7 staan, kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 augustus 2026;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier en op schrift gesteld op 19 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.