ECLI:NL:RBZWB:2026:1518

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
8 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444323 / FA RK 26-389
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Jansen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek zorgmachtiging wegens vrijwillige instemming met noodzakelijke zorg

Betrokkene is opgenomen geweest vanwege een manisch toestandsbeeld en verbleef aanvankelijk in een zorgaccommodatie. Na ontslag uit deze accommodatie keerde betrokkene terug naar huis, maar door toenemende somberheid en frustratie werd opname opnieuw noodzakelijk. Betrokkene verblijft inmiddels vrijwillig in het ziekenhuis en is aangemeld voor een seniorenafdeling van een zorgaanbieder.

De officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging voor zes maanden, maar de behandelaren stelden dat het manische toestandsbeeld verdwenen is en betrokkene geen verzet meer biedt tegen noodzakelijke zorg. Betrokkene zelf stemt in met vrijwillige voortzetting van de zorg.

De advocaat van betrokkene betoogde dat verplichte zorg niet nodig is zolang betrokkene vrijwillig de zorg accepteert. De rechtbank oordeelt dat de noodzakelijke zorg op vrijwillige basis kan worden voortgezet en wijst het verzoek om een zorgmachtiging af.

De beschikking is op 5 februari 2026 mondeling gegeven en op 13 februari 2026 schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot verlening van een zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig instemt met noodzakelijke zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444323 / FA RK 26-389
Datum uitspraak: 5 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
momenteel opgenomen en verblijvend in het [ziekenhuis] in [plaats 1] , op de [afdeling]
advocaat: mr. C.G. Matze uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
In het procesdossier zitten de volgende stukken:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank Oost-Brabant, locatie Den Bosch op 16 januari 2026;
  • de beschikking van 23 januari 2026 van de rechtbank Oost-Brabant, locatie Den Bosch, waarbij deze zaak is verwezen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026 op de afdeling van het ziekenhuis waar betrokkene momenteel verblijft. Bij die zitting zijn verschenen en heeft de rechtbank gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door mr. Matze;
  • mevrouw [zorgverantwoordelijke en psychiater] , zorgverantwoordelijke en psychiater;
  • mevrouw [psychiater] , psychiater.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, locatie Den Bosch van 30 december 2025 is voor betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor de duur van drie weken, dus tot 20 januari 2026.
2.2.
Op basis van voormelde machtiging is betrokkene opgenomen geweest in een accommodatie van [zorgaanbieder 1] in [plaats 2] .
2.3.
Op 23 januari 2026 heeft [zorgaanbieder 1] de zorg over betrokkene overgedragen aan zorgaanbieder [zorgaanbieder 2] omdat betrokkene is ontslagen uit de accommodatie en hij weer thuis woont in [woonplaats] , in het werkgebied van [zorgaanbieder 2] .

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om voor betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
De behandelaren hebben, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Eind december 2024 is betrokkene met een manisch toestandsbeeld opgenomen in de accommodatie van [zorgaanbieder 1] in [plaats 2] . Op 23 januari 2026 is betrokkene ontslagen uit de accommodatie en is hij teruggekeerd naar huis. Betrokkene kampte vervolgens in een toenemende mate met somberheid en frustratie, terwijl de ambulante hulpverlening hem niet kon bieden wat hij nodig had, met als gevolg dat zijn verblijf thuis op een gegeven moment onhoudbaar is geworden. Betrokkene heeft toen nadrukkelijk verzocht om opnieuw opgenomen te worden in een accommodatie. Hij verblijft inmiddels al drie dagen op vrijwillige basis op de [afdeling] van het ziekenhuis. Aangezien uit onderzoek is gebleken dat betrokkene een Kaliumtekort heeft (gehad), dient betrokkene naar de mening van de behandelaren nog even in het ziekenhuis te blijven. Nu het manische toestandsbeeld van betrokkene is verdwenen en daarmee ook zijn verzet tegen de noodzakelijk geachte zorg, is het inzetten van verplichte zorg en daarmee het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, naar de mening van de behandelaren, niet (meer) nodig. Betrokkene is inmiddels aangemeld voor een plek op de seniorenafdeling van de accommodatie van [zorgaanbieder 2] in [plaats 3] daar thuis verblijven op dit moment niet mogelijk is. Daar zal hij naar verwachting vanaf begin volgende week terecht kunnen.
4.2.
Betrokkene heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene zegt dat het soms goed en soms wat minder goed met hem gaat. Het liefste wil hij terugkeren naar huis, maar hij kan er ook mee instemmen dat hij wordt overgeplaatst naar de seniorenafdeling van de accommodatie van [zorgaanbieder 2] in [plaats 3] . Betrokkene is bereid om op vrijwillige basis op de [afdeling] van het ziekenhuis te blijven totdat hij daar terecht kan.
4.3.
De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. Nu betrokkene de noodzakelijk geachte zorg op vrijwillige basis accepteert, stelt de advocaat zich op het standpunt dat het inzetten van verplichte zorg niet noodzakelijk is. De advocaat pleit daarom tot afwijzing van het verzoek.

5.De beoordeling

5.1.
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de rechtbank als volgt.
5.2.
Gebleken is dat het manische toestandsbeeld van betrokkene inmiddels is verdwenen en dat hij ermee instemt om nog een aantal dagen op de [afdeling] van het ziekenhuis te verblijven totdat hij begin volgende week kan worden overgeplaatst naar de seniorenafdeling van de accommodatie van [zorgaanbieder 2] in [plaats 3] . Voor zover betrokkene thans nog steeds lijdt aan een psychische stoornis en er sprake is van daaruit voortkomend ernstig nadeel, is de rechtbank van oordeel dat de zorg die noodzakelijk wordt geacht voor betrokkene op vrijwillige basis kan worden voortgezet. Dit betekent dat het op dit moment niet nodig is om verplichte zorg in te zetten op basis van een zorgmachtiging.
5.3.
De rechtbank zal het verzoek om voor betrokkene een zorgmachtiging te verlenen daarom afwijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek van de officier van justitie om voor betrokkene een zorgmachtiging te verlenen, af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier, en op schrift gesteld op 13 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.