Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
1.Het verloop van de procedure
432788 FA RK 25-1197. Deze verzoeken zullen op een later moment afzonderlijk nader worden behandeld op zitting. Dat komt omdat er geen tolk voor de moeder was verschenen. Partijen stelden zich wel op het standpunt dat er direct een beslissing zou kunnen worden genomen over de verzochte ondertoezichtstelling.
2.De feiten
voorlopigehoofdverblijfplaats bij de vader, maar verblijft feitelijk week op week af bij de moeder en de vader.
voorlopigom de week een aaneengesloten week bij de vrouw verblijft, in onderling overleg te bepalen in welke week hij bij wie verblijft en welke dag de dag van de overdracht is.
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- [minderjarige] ontwikkelt zich leeftijdsadequaat;
- [minderjarige] weet waar hij kan en mag verblijven qua wonen, waardoor hij rust, stabiliteit, duidelijkheid en voorspelbaarheid ervaart;
- De ouders zijn voor [minderjarige] betrouwbare en veilige hechtingsfiguren. [minderjarige] ervaart blijvend stabiliteit en continuïteit in het contact met zijn ouders;
- [minderjarige] heeft een positief, veilig en onbelast contact met zijn beide ouders, maar ook met andere belangrijke personen;
- De ouders belasten [minderjarige] niet met hun (onderlinge) spanningen;
- Er is zicht op de opvoedvaardigheden van de vader met betrekking tot [minderjarige] , zodat duidelijk wordt of de vader in staat is tot het sensitief (opmerken van signalen) en responsief (afstemmen op de signalen) opvoeden van [minderjarige] ;
- Er is zicht op de opvoedomgeving van de moeder, zodat duidelijk wordt of hierin zorgen zijn;
- De ouders kunnen communiceren en afspraken maken in het belang van [minderjarige] , voor zover er voldoende veiligheid is die dit toelaat;
- De ouders respecteren elkaar als opvoeder en doen geen negatieve uitlatingen over elkaar in het bijzijn van [minderjarige] ;
- De ouders richten zich op de toekomst en stellen het belang van [minderjarige] voorop.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.