ECLI:NL:RBZWB:2026:1534
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Maandag
- Rechtspraak.nl
Voorlopige ondertoezichtstelling ongeboren kind wegens zorgen over veiligheid en opvoeding
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling van het ongeboren kind, omdat er grote zorgen zijn over de veiligheid en opvoedsituatie bij de moeder. De moeder is eind maart uitgerekend en kampt met trauma’s, emotieregulatieproblemen, stress door eerdere uithuisplaatsingen van haar andere kinderen en een gespannen relatie met de vader. Er zijn incidenten van fysiek geweld geweest en veiligheidsafspraken worden niet structureel nageleefd.
De moeder stemt in met het verzoek en wil laten zien dat zij bereid is hulp te accepteren, maar vraagt om een andere jeugdbeschermer dan die van haar andere kinderen vanwege mogelijke vooringenomenheid. De gecertificeerde instelling ondersteunt het verzoek en benadrukt dat de moeder ondersteuning nodig heeft om daadwerkelijk stappen te zetten.
De kinderrechter acht het belang van het kind zodanig dat het ongeboren kind als geboren moet worden aangemerkt. Gezien de ernstige bedreiging van de ontwikkeling en het ontbreken van voldoende zorg, wordt het kind voorlopig onder toezicht gesteld voor drie maanden. Er komt een tweede jeugdbeschermer om de moeder te begeleiden en toezicht te houden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het gezagsregister.
Uitkomst: Het ongeboren kind wordt voorlopig onder toezicht gesteld voor drie maanden vanwege ernstige zorgen over veiligheid en opvoeding.