Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 8 december 2023 voor herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werkneemster op grond van de WIA. De aanvraag werd ontvangen op 19 december 2023. Eiseres stelde het UWV op 27 februari 2024 in gebreke, waarna het UWV de ingebrekestelling op 29 februari 2024 ontving. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn en een aanmaning van eiseres op 18 juni 2025, is het beroep niet onredelijk laat ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Het UWV heeft aangegeven door een tekort aan verzekeringsartsen niet te kunnen inschatten wanneer de beoordeling afgerond zal zijn. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen, in plaats van de standaard twee weken. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
Daarnaast moet het UWV het griffierecht van €385 en proceskosten van €467 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 5 maart 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.