Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werkneemster op grond van de WIA. De aanvraag werd op 2 januari 2024 ontvangen, maar het UWV heeft nog geen besluit genomen. Eiseres stelde het UWV op 5 maart 2024 in gebreke, waarna het beroep ontvankelijk werd verklaard.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding van de beslistermijn te wijten is aan een grote toename van aanvragen en een tekort aan verzekeringsartsen. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen, in plaats van de standaardtermijn van twee weken.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen binnen vier maanden alsnog een besluit te nemen.