ECLI:NL:RBZWB:2026:1550
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV wegens niet tijdig beslissen op aanvraag
Verzoekster diende op 13 maart 2024 een aanvraag in bij het UWV. Omdat het UWV niet tijdig op deze aanvraag besliste, stelde verzoekster op 2 oktober 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Vervolgens besloot het UWV alsnog op 29 januari 2026 op de aanvraag, waarna verzoekster haar beroep introk.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, waarop het UWV instemde met een veroordeling. De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog te beslissen, waardoor een proceskostenveroordeling passend is.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten, een bedrag dat is vastgesteld op basis van het indienen van het beroepschrift en de beperkte aard van de procedure. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 385,- door het UWV aan verzoekster moet worden vergoed, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag.