ECLI:NL:RBZWB:2026:157
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Breeman
- A.M.H. Meulensteen
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht
Op 8 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda. De zaak betreft de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering van eiseres over de periode van 1 juli 2022 tot 1 januari 2024. Het college heeft op 9 juli 2024 besloten om de bijstandsuitkering in te trekken en € 26.268,11 terug te vorderen wegens ten onrechte verleende bijstand. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar het college heeft het bestreden besluit op 27 januari 2025 gehandhaafd.
Tijdens de zitting op 8 januari 2026, waar eiseres niet aanwezig was, heeft mr. S.S. Hyder namens het college deelgenomen via een beeldverbinding. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden door haar gokactiviteiten, kapperswerkzaamheden en bankrekening bij Revolut niet te melden. Ondanks dat het college eiseres voldoende gelegenheid heeft gegeven om aanvullende informatie te verstrekken, heeft zij dit nagelaten. De rechtbank concludeert dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld door het ontbreken van voldoende gegevens, en oordeelt dat het college terecht de bijstandsuitkering heeft ingetrokken en de te veel betaalde uitkering heeft teruggevorderd.
De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ongegrond, wat betekent dat er voor haar niets verandert. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van haar proceskosten. De uitspraak is openbaar uitgesproken door rechter M. Breeman in aanwezigheid van griffier A.M.H. Meulensteen.