ECLI:NL:RBZWB:2026:157

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
25/1767
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht

Op 8 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda. De zaak betreft de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering van eiseres over de periode van 1 juli 2022 tot 1 januari 2024. Het college heeft op 9 juli 2024 besloten om de bijstandsuitkering in te trekken en € 26.268,11 terug te vorderen wegens ten onrechte verleende bijstand. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar het college heeft het bestreden besluit op 27 januari 2025 gehandhaafd.

Tijdens de zitting op 8 januari 2026, waar eiseres niet aanwezig was, heeft mr. S.S. Hyder namens het college deelgenomen via een beeldverbinding. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden door haar gokactiviteiten, kapperswerkzaamheden en bankrekening bij Revolut niet te melden. Ondanks dat het college eiseres voldoende gelegenheid heeft gegeven om aanvullende informatie te verstrekken, heeft zij dit nagelaten. De rechtbank concludeert dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld door het ontbreken van voldoende gegevens, en oordeelt dat het college terecht de bijstandsuitkering heeft ingetrokken en de te veel betaalde uitkering heeft teruggevorderd.

De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ongegrond, wat betekent dat er voor haar niets verandert. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van haar proceskosten. De uitspraak is openbaar uitgesproken door rechter M. Breeman in aanwezigheid van griffier A.M.H. Meulensteen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1767
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering van eiseres over de periode van 1 juli 2022 tot 1 januari 2024.
1.1.
Met het besluit van 9 juli 2024 (het primaire besluit) heeft het college de bijstandsuitkering van eiseres over de periode van 1 juli 2022 tot 1 januari 2024 ingetrokken en € 26.268,11 teruggevorderd wegens ten onrechte verleende bijstand.
1.2.
Met het bestreden besluit van 27 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit gebleven.
1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit
1.4.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft via een beeldverbinding deelgenomen mr. S.S. Hyder namens het college. Eiseres was niet aanwezig.
1.5.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank oordeelt dat schending van de inlichtingenplicht voldoende vaststaat. Eiseres heeft namelijk haar veelvuldige gokactiviteiten, haar kapperswerkzaamheden en haar bankrekening bij Revolut niet gemeld bij het college, terwijl dit wel van belang is voor het recht op uitkering.
3. Hoewel het college eiseres voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om stukken hierover alsnog aan te leveren, heeft eisers dit nagelaten.
4. Behalve een opzegging van een bankpas, heeft zij geen gegevens overgelegd van haar bankrekening bij Revolut. De gevraagde rekeningafschriften ontbreken.
5. Daarnaast stelt eiseres dat zij over haar gokactiviteiten niet meer gegevens kan overleggen dan ze al heeft gedaan. De rechtbank stelt voorop dat dit voor haar rekening en risico komt. Bovendien is in vergelijkbare zaken gebleken dat het wel degelijk mogelijk is om meer gegevens aan te leveren, al vergt dit enige inspanning.
6. Met betrekking tot de kapperswerkzaamheden voert eiseres aan dat zij sporadisch, zonder betaling, het haar van haar moeder of een vriendin knipt. Echter, uit de social media berichten en de tikkies uit het dossier blijkt dat eiseres wel (meer) kapperswerkzaamheden heeft verricht tegen betaling.
7. Het ontbreken van afschriften van de bankrekening van haar zoon over de maanden maart tot en met mei 2022 kan eiseres niet worden tegengeworpen, omdat deze gegevens niet zien op de periode in geding, maar op de periode daarvoor.
8. De rechtbank is, gezien het voorgaande, van oordeel dat het recht op bijstand door het ontbreken van voldoende gegevens niet kan worden vastgesteld. Het college heeft de bijstandsuitkering van eiseres dus terecht ingetrokken en de te veel betaalde uitkering teruggevorderd.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.