ECLI:NL:RBZWB:2026:1577

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
12030732 CV EXPL 25-6663 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Eijssen-Vruwink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling en proceskosten in civiele bodemzaak

In deze civiele bodemzaak vordert de vennootschap onder firma eisende partij betaling van een bedrag van de gedaagde partij, die procedeert in persoon. De zaak werd door de kantonrechter te Breda verwezen naar de kantonrechter te Tilburg conform het Besluit interne relatieve bevoegdheid.

Eisende partij heeft haar vordering toegelicht en gemotiveerd weersproken op het antwoord van gedaagde, die vervolgens geen gebruik heeft gemaakt van de geboden mogelijkheid tot nadere reactie. De niet weersproken stellingen van eisende partij weerleggen het verweer van gedaagde voldoende.

De kantonrechter wijst de vordering toe zoals gevorderd en veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten van in totaal €939,78. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een veroordeling tot betaling van kosten van betekening bij niet-tijdige voldoening.

Uitkomst: Vordering toegewezen en gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten van €939,78.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaak/rolnr.: 12030732 CV EXPL 25-6663
vonnis d.d. 4 februari 2026
inzake
de vennootschap onder firma [eisende partij],
gevestigd en kantoorhoudende te [adres 1] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. D.J. Mensink, werkzaam ten kantore van MICTA B.V. te Groningen,
[gedaagde partij] , t.h.o.d.n. [bedrijf],
wonende te [adres 2] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit het aangehechte vonnis van de kantonrechter te Breda
d.d. 24 december 2025 met kenmerk 11825559 CV EXPL 25-2550 en de dagvaarding d.d. 22 juli 2025.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
Bij voornoemd vonnis heeft de kantonrechter te Breda geconstateerd dat de zaak conform bijlage 2 van het Besluit interne relatieve bevoegdheid rechtbank Zeeland-West-Brabant dient te worden behandeld door de kantonrechter te Tilburg en heeft de kantonrechter de zaak verwezen in de stand waarin deze zich bevindt.
2.2
Eisende partij heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde partij te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde partij in de proceskosten.
2.3
Na het antwoord van de gedaagde partij is de vordering door de eisende partij nader toegelicht, met gemotiveerde weerspreking van dat antwoord.
Van de vervolgens op behoorlijke wijze aan de gedaagde partij geboden gelegenheid nogmaals een reactie te geven is geen gebruik gemaakt.
2.4
Aangezien de niet weersproken (nadere) stellingen van de eisende partij het verweer van de gedaagde partij voldoende weerleggen en de vordering geheel kunnen dragen, zal de vordering worden toegewezen, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.5
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 120,78
- griffierecht € 385,00
- salaris gemachtigde € 325,50
- nakosten
€ 108,50(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 939,78

3.De beslissing

De kantonrechter:
wijst de vordering toe zoals deze is gevorderd in de dagvaarding;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten van € 939,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.