Uitspraak
1.De procedure
2.Het oorspronkelijke vonnis
3.Overige relevante beslissing
4.Het advies van de reclassering
5.De beoordeling
6.De beslissing
mr. S.B.H. van Overveld en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 maart 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is in 2022 voorwaardelijk geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor twee jaar met een proeftijd van twee jaar, inclusief diverse bijzondere voorwaarden gericht op behandeling en controle van middelengebruik.
Na overtredingen van deze voorwaarden en het afbreken van ambulante behandeling heeft de officier van justitie in januari 2026 gevorderd de voorwaardelijke ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. De verdediging betoogde dat betrokkene geen draaideurcrimineel meer is en dat de maatregel niet passend is gezien zijn situatie en huidige hulpverlening.
De rechtbank constateert dat ondanks meerdere hulpverleningspogingen sinds 2013 geen positieve gedragsverandering is opgetreden. Ook een eerdere onvoorwaardelijke ISD-maatregel heeft niet geleid tot verbetering. Gezien het ontbreken van vooruitgang en het feit dat betrokkene momenteel al hulp ontvangt, acht de rechtbank het niet proportioneel om de maatregel ten uitvoer te leggen en wijst de vordering af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel af wegens het ontbreken van positieve gedragsverandering en het niet proportioneel achten van de maatregel.