Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 20 december 2023 tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 12 maart 2024 in gebreke heeft gesteld. Na ontvangst van de ingebrekestelling op 13 maart 2024 zijn twee weken verstreken zonder besluit.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en dat het onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en het beroep wordt gegrond verklaard.