Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren zonder vergunning op een parkeerplaats voor vergunninghouders in Vlissingen op 1 februari 2024. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was omdat hij slechts kort parkeerde om bagage uit te laden bij een hotelboot, waar het inchecken pas vanaf 15:00 uur mogelijk was. Het voertuig stond slechts kort geparkeerd en werd daarna verplaatst naar een betaalde parkeerplaats.
De officier van justitie stelde dat het voertuig langer dan noodzakelijk geparkeerd stond en dat er sprake was van parkeren, niet van laden en lossen. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat, maar dat betrokkene geen reden had om te twijfelen aan de parkeerregels. Wel achtte de kantonrechter de opgelegde boete niet in verhouding tot de omstandigheden.
Daarom werd de boete gematigd tot de helft van het oorspronkelijke bedrag. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. De uitspraak werd gedaan op 2 januari 2026 door kantonrechter W.H.C. van Eck.
Uitkomst: De boete voor parkeren zonder vergunning is gematigd tot de helft vanwege bijzondere omstandigheden.