ECLI:NL:RBZWB:2026:1626

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
11591189 \ MB VERZ 25-167
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke matiging van boete voor parkeren zonder vergunning in vergunninghouderszone

Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren zonder vergunning op een parkeerplaats voor vergunninghouders in Vlissingen op 1 februari 2024. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was omdat hij slechts kort parkeerde om bagage uit te laden bij een hotelboot, waar het inchecken pas vanaf 15:00 uur mogelijk was. Het voertuig stond slechts kort geparkeerd en werd daarna verplaatst naar een betaalde parkeerplaats.

De officier van justitie stelde dat het voertuig langer dan noodzakelijk geparkeerd stond en dat er sprake was van parkeren, niet van laden en lossen. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat, maar dat betrokkene geen reden had om te twijfelen aan de parkeerregels. Wel achtte de kantonrechter de opgelegde boete niet in verhouding tot de omstandigheden.

Daarom werd de boete gematigd tot de helft van het oorspronkelijke bedrag. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. De uitspraak werd gedaan op 2 januari 2026 door kantonrechter W.H.C. van Eck.

Uitkomst: De boete voor parkeren zonder vergunning is gematigd tot de helft vanwege bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer.: 11591189 \ MB VERZ 25-167
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 2 januari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig op de Koudenhoek te Vlissingen op 1 februari 2024 om 14:50 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene had een overnachting op de hotelboot die aangemeerd stond aan de Houtkade te Vlissingen. Betrokkene arriveerde om 14:45 uur, maar kon pas inchecken vanaf 15:00 uur. Daarbij bleek dat voor de boot slechts kon worden geparkeerd om de bagage uit te laden en dat er in het verderop gelegen hotel van de eigenaar van de hotelboot moest worden ingecheckt. Bij dit hotel is betaald om twee dagen het voertuig te parkeren op een nabijgelegen parkeerplaats. Aan de kade waren genoeg vrije parkeerplaatsen, waardoor niemand gehinderd werd. Om de bagage te lossen, was de pleeglocatie de enige mogelijkheid om dichtbij te lossen. Vervolgens is het voertuig onmiddellijk verplaatst naar de betaalde parkeerplaats in de buurt. Betrokkene was om 14:45 uur te voet vertrokken naar het hotel, waardoor het onmogelijk was om terug te zijn voor 14:50 uur.
Ter zitting heeft betrokkene de beroepsgronden samengevat herhaald en hieraan toegevoegd dat betrokkene niet zomaar de moeite zou nemen om 240 km te rijden. Vooraf stond niet op de website dat betrokkene op deze wijze moest inchecken.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het voertuig was geparkeerd binnen een vergunninghouderszone. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Het voertuig stond er verder langer dan nodig, zodat geen sprake is van het onmiddellijk laden en lossen van goederen. Omdat betrokkene is weggegaan voor het inchecken is sprake van parkeren. Door het voertuig te laten staan heeft betrokkene een risico genomen die voor eigen rekening komt.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een weggebruiker dient zich ervan te vergewissen of stilstaan of parkeren op een bepaalde gelegenheid is toegestaan. Het nalaten hiervan komt voor eigen rekening en risico.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de kantonrechter van oordeel is dat de boete niet in verhouding staat tot de gedraging in combinatie met de aangevoerde omstandigheden. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 55, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 55, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: