Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een wijziging van een WIA-uitkering. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, aangezien de beslistermijn door het UWV is overschreden en eiseres het UWV op tijd in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat de vertraging is veroorzaakt door een structureel tekort aan verzekeringsartsen, waardoor het Sociaal Medisch Onderzoek (SMO) nog niet is afgerond. De rechtbank erkent het belang van een zorgvuldige heroverweging, maar stelt dat het belang van tijdige besluitvorming ook moet worden meegewogen.
Daarom legt de rechtbank het UWV een termijn van vier maanden op om alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat het UWV deze termijn overschrijdt, moet het een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 maart 2026.