ECLI:NL:RBZWB:2026:1634

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444378 / FA RK 26-425
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens gevorderde dementie

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1942, vanwege haar gevorderde dementie. De zitting vond plaats met betrokkene, haar advocaat, casemanager dementie en haar drie zonen.

Betrokkene was van mening dat opname niet nodig was en dat zij thuis kon blijven wonen. De casemanager en zonen stelden echter dat betrokkene ernstig dementerend is, met een sterk verminderde zelfzorg en inzicht, en dat intensieve zorg thuis niet meer mogelijk is. Betrokkene weigert intensivering van zorg, waardoor haar hygiëne en medische zorg in gevaar zijn.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan Alzheimer dementie met gedragsproblemen die leiden tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en verwaarlozing. Opname is noodzakelijk en geschikt om dit te voorkomen, en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt daarom voor zes maanden toegekend, tot 9 augustus 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens gevorderde dementie en ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444378 / FA RK 26-425
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager dementie;
  • de heer [persoon 2] , zoon van betrokkene;
  • de heer [persoon 3] , zoon van betrokkene;
  • de heer [persoon 4] , zoon van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene geeft aan dat het niet nodig is dat zij wordt opgenomen. Betrokkene is van mening dat ze gewoon thuis kan blijven wonen omdat alles altijd goed is gegaan.
3.2.
De casemanager dementie zegt dat bij betrokkene sprake is van dementie in een gevorderd stadium. Er is met allerlei mensen getracht om betrokkene zo lang mogelijk thuis te laten wonen, maar er komen steeds meer risicovolle situaties. Het inzicht van betrokkene in de situatie is daarbij volledig weg. De casemanager dementie geeft aan dat betrokkene een sterke eigen wil heeft. Er is bij betrokkene al veel zorg ingezet, zo gaat zij bijvoorbeeld vier dagen per week naar de dagbesteding, waar ze het erg naar haar zin heeft. Ook komt de thuiszorg elke ochtend langs, maar intensivering van de thuiszorg is heel lastig. Betrokkene accepteert de hulp niet. De zonen hebben steeds veel mantelzorg geboden, maar hun situaties zijn veranderd, waardoor zij niet meer de zorg kunnen bieden die betrokkene nodig heeft. Betrokkene is niet meer in staat om de dagelijkse handelingen zelf te doen, aldus de casemanager dementie.
3.3.
Een van de zonen van betrokkene zegt dat het inzicht bij zijn moeder ontbreekt. Sinds zij een tia heeft gehad, aan het einde van afgelopen zomer, is haar geheugen verder achteruitgegaan. Verder geeft de zoon aan dat er van alles is ingezet om zijn moeder zo lang mogelijk thuis te laten wonen, maar inmiddels kunnen hij en zijn broers niet meer de benodigde zorg bieden.
3.4.
De advocaat geeft aan dat de zonen van betrokkene zeer betrokken zijn bij hun moeder. De zonen namen veel zorg op zich, maar inmiddels lukt dit niet meer. Betrokkene wil daarentegen graag in haar eigen huis blijven wonen en is van mening dat zij alle huishoudelijke taken nog kan uitvoeren. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie van het type Alzheimer.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat momenteel alle dagelijkse handelingen van betrokkene worden overgenomen. Zonder hulp en ondersteuning draagt zij veelal dezelfde vuile kleding en wast of doucht zij zich onvoldoende. Daarnaast zet zij de wasmachine vroegtijdig uit, ook wanneer de spullen nog zichtbaar vervuild zijn. Betrokkene weet de deur niet meer van het slot te halen en is niet in staat om zelfstandig te alarmeren. Betrokkene weigert intensivering van de zorg waardoor onder andere hygiëne en (medische) zorg in het geding komt.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet meer worden geboden.
4.5.
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. Betrokkene is van mening dat zij geen zorg nodig heeft, maar alles nog goed zelf kan. Zij wil absoluut niet verhuizen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Betrokkene weigert betrokkenheid van professionele hulpverleners waardoor zij niet de noodzakelijke intensieve zorg en ondersteuning geboden kan krijgen. Er is geen ander alternatief dan opname van betrokkene.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026 door mr Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier, en op schrift gesteld op 19 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.