ECLI:NL:RBZWB:2026:1639

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444483 / FA RK 26-473
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en agressief gedrag

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1939, die lijdt aan dementie. De zitting vond plaats met gesloten deuren waarbij betrokkene, zijn casemanager dementie en zijn dochter werden gehoord.

Betrokkene erkende dat hij niet langer thuis kan blijven wonen, hoewel hij aanvankelijk verzet toonde. De casemanager gaf aan dat ondanks pogingen om zorg thuis te bieden, het gedrag van betrokkene, waaronder verbale en fysieke agressie, leidde tot onveilige situaties en ontwrichting van het sociale systeem. De mantelzorg door de dochter is overbelast en kan niet meer voldoen aan de zorgbehoefte.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychogeriatrische aandoening, waaronder gevaar voor zichzelf en zijn omgeving. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven mogelijk en opname is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen. Daarom werd de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend, met een geldigheidsduur tot 9 augustus 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie en agressief gedrag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444483 / FA RK 26-473
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1939 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager dementie;
  • mevrouw [persoon 2] , dochter van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene geeft aan dat er volgens hem geen andere weg mogelijk is. Hij is koppig geweest, maar realiseert zich inmiddels dat hij jammer genoeg niet meer thuis kan blijven wonen. Betrokkene deelt mede dat zijn vriendin inmiddels ook gaat verhuizen.
3.2.
De casemanager dementie zegt dat in de afgelopen jaren geprobeerd is om zoveel mogelijk zorg in te zetten. De vriendin van betrokkene is langzaamaan bij hem ingetrokken en de wens was om zo lang mogelijk samen blijven te wonen in dit huis. De casemanager dementie geeft echter aan dat steeds wanneer er overeenstemming was bereikt tussen de zorg en betrokkene en zijn vriendin er op het laatste moment toch weer anders tegenaan werd gekeken. Betrokkene heeft verder een opvliegend karakter waarbij er zowel verbale als fysieke agressie heeft plaatsgevonden. De vriendin van betrokkene bagatelliseert dit omdat de wens om samen te blijven wonen heel sterk is. Betrokkene en zijn vriendin hebben tot twee keer toe een appartement waarin zij samen konden wonen geweigerd. De instemming van betrokkene met opname is heel wisselend. De casemanager dementie heeft de hoop dat wanneer betrokkene en zijn vriendin niet meer samenwonen, de wisselwerking tussen hen weg is en betrokkene meer rust ervaart.
3.3.
De dochter van betrokkene zegt dat zij ziet dat haar vader achteruitgaat. Daarnaast kan de dochter de mantelzorg die zij de afgelopen jaren op zich heeft genomen niet meer bieden op de wijze die haar vader nodig heeft.
3.4.
De advocaat zegt dat hij nu weinig verzet ziet bij betrokkene, maar dat hij ook de toelichting van de casemanager dementie hoort. De advocaat refereert zich daarom aan het oordeel van de rechtbank.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene toenemend agressief gedrag vertoont richting zijn partner, wat eerder meerdere keren heeft geleid tot onveilige situaties. Het gedrag van betrokkene leidt tot ontwrichting van het gezins- en sociale systeem. De kinderen van de partner komen niet langer op bezoek vanwege het onvoorspelbare en dreigende gedrag van betrokkene. Indien de mantelzorger van betrokkene dreigt uit te vallen, is betrokkene niet meer in staat om zichzelf te verzorgen. Betrokkene is namelijk in het dagelijks functioneren afhankelijk van voortdurende begeleiding en sturing.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet meer worden geboden.
4.5.
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. Betrokkene geeft herhaaldelijk aan dat hij thuis wil blijven wonen en geen noodzaak ziet voor opname in een verpleeghuis of een woonvorm met meer structuur en begeleiding. In de afgelopen jaren heeft betrokkene vaker aanvankelijk ingestemd met opname of opschaling van zorg, maar daarna deze instemming weer ingetrokken.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Het gedrag van betrokkene is toenemend zorgwekkend voor hemzelf en zijn omgeving, waardoor een gedwongen opname noodzakelijk is. Bovendien is het mantelzorgsysteem van betrokkene overbelast.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1939 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026 door mr Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier, en op schrift gesteld op 19 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.