ECLI:NL:RBZWB:2026:1645

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444318 / FA RK 26-385
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Tempel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofreniespectrumstoornis en verslaving

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1994. Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, gedragsstoornissen en verslavingsstoornissen. Hij weigert medicatie en vrijwillige zorg, ondanks ernstige psychotische klachten en verslavingsproblematiek.

De casemanagers gaven aan dat betrokkene moeilijk te bereiken is, meer drugs gebruikt bij vrijlating, en niet vrijwillig zal instemmen met opname en medicatie. Betrokkene wenst wel een detox-opname. De advocaat stelde dat bijzondere strafrechtelijke voorwaarden voldoende zijn om ernstig nadeel af te wenden, maar de rechtbank oordeelde dat deze onvoldoende zorg en behandeling bieden.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor veiligheid. Verplichte zorg is noodzakelijk om dit af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De zorgmachtiging omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie.

De machtiging wordt toegekend voor zes maanden tot 9 augustus 2026. De rechtbank benadrukte dat bij toekomstige verzoeken kritisch moet worden gekeken naar de noodzaak en proportionaliteit van de gevraagde vormen van zorg. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met diverse zorgvormen om ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444318 / FA RK 26-385
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 januari 2026;
  • het rapport van Reclassering Nederland, overhandigd door de advocaat op de mondelinge behandeling van 9 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager;
  • de heer [persoon 2] , casemanager.
1.3.
Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zijn niet gehoord:
- de heer [persoon 3] , begeleider.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene geeft aan dat hij werkzaam is als singer-songwriter en binnenkort een album gaat releasen. Volgens betrokkene komt er dan een shockwave aan die niemand ziet aankomen. Voorts geeft betrokkene aan dat hij geen antipsychotica nodig heeft, hij wordt dan namelijk heel depressief. Om dopamine toe te voegen gaat betrokkene cocaïne gebruiken. Hij heeft ook alleen een keer een psychose doorgemaakt door middelengebruik, dus er is geen noodzaak voor medicatie. Daarnaast deelt betrokkene mede dat hij met medicatie geen rust heeft en niet goed kan nadenken, als artiest moet hij namelijk energie kunnen geven. Betrokkene geeft aan dat hij graag een detox-opname wil voor zijn verslavingsproblematiek.
3.2.
De casemanagers voeren, samengevat, aan dat het moeilijk is om in contact te blijven met betrokkene. In gesprekken over medicatie is betrokkene heel uitgesproken dat hij dit niet wenst en niet nodig heeft, maar de casemanagers zijn van mening dat betrokkene baat heeft bij medicatie. Wanneer betrokkene langer vrij is en niet meer in detentie zit begint hij meer drugs te gebruiken, waardoor zijn wanen toenemen en zijn paranoïde psychose is teruggekomen. Inmiddels is betrokkene volledig uit beeld bij de casemanagers. Daarnaast geven de casemanagers aan dat betrokkene is aangemeld voor een detox-opname en dit is ook de wens van betrokkene. Na de opname is er een vervolgplek beschikbaar voor een langdurige opname. Echter, zijn de casemanagers van mening dat betrokkene die plekken op dit moment niet vrijwillig zal accepteren.
3.3.
De advocaat heeft betoogd er inmiddels door de politierechter bijzondere voorwaarden zijn opgelegd, waar betrokkene het mee eens is en waar hij aan mee zal werken. Dit betekent naar de mening van de advocaat dat het mogelijke ernstig nadeel is af te wenden met de voorwaarden die binnen het strafrecht zijn opgelegd. Dit zou moeten leiden tot afwijzing van het verzoek, of in subsidiaire zin tot het niet toewijzen van alle verzochte vormen van verplichte zorg.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen, verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Anders dan betrokkene aangeeft, blijkt uit de stukken dat er niet enkel sprake is van door middelengebruik veroorzaakte psychose.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat er bij betrokkene sprake is van actieve psychotische klachten. Bij een eerdere psychotische ontregeling heeft betrokkene hulpverleners geïntimideerd en agressief gedrag vertoond. Voorts gebruikt betrokkene verdovende middelen, is hij dakloos en gaat hij om met mensen die niet zijn welzijn voor ogen hebben. Daarnaast heeft betrokkene een uitgebreid dossier bij politie en justitie. Ook ter zitting blijkt betrokkene moeilijk te volgen in gesprek, moeilijk te begrenzen en bij begrenzing of tegenspraak enorm boos te worden.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is het niet eens met zijn diagnose en weigert antipsychotica. Betrokkene is eveneens niet in samenwerking met de casemanager en heeft haar eerder geïntimideerd. Ook op de zitting richtte betrokkene zich sterk en onprettig op de casemanager. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Daarbij zijn het beperken van de bewegingsvrijheid en het insluiten alleen van toepassing wanneer sprake is van een opname van betrokkene.
4.6.1.
De rechtbank overweegt dat is gebleken dat medicatie in de vorm van antipsychotica niet onder de strafrechtelijke bijzondere voorwaarden vallen. Daarbij is de mogelijkheid van opname binnen de bijzondere voorwaarden beperkt tot een detox-opname, en die is ook pas mogelijk na een (nieuwe) voorafgaande rechterlijke toetsing. Zeker nu juist de toediening van antipsychotica en de opname op een detox-afdeling én een aansluitende opname deel uitmaken van de verzochte zorgmachtiging, volstaan de strafrechtelijke bijzondere voorwaarden niet. Deze bijzondere voorwaarden zijn dan ook onvoldoende om het ernstig nadeel af te wenden, nu de bijzondere voorwaarden onvoldoende vormen van zorg en behandeling omvatten. Daarbij overweegt de rechtbank dat Reclassering Nederland in haar rapport meeweegt dat betrokkene in behandeling is bij [accommodatie] , terwijl die behandeling op dit moment onvoldoende van de grond komt zonder zorgmachtiging, zo geeft [accommodatie] terecht aan. Ook op dat punt volstaan de bijzondere voorwaarden daarom niet.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
4.9.
De rechtbank wijst er nog op dat het van belang is dat bij een eventueel nieuw/volgend verzoek tot verplichte zorg kritisch wordt gekeken naar de vormen van ernstig nadeel die genoemd worden en de vormen van verplichte zorg die verzocht worden. Er waren bij het huidige verzoek (zeer) veel vormen aangekruist, zonder dat dit nader gemotiveerd was. Dit levert mogelijk onrust op bij betrokkene, maar ook een onnodige belasting op de zitting, omdat al deze vormen van nadeel en verplichte zorg wel besproken moeten worden om tot een oordeel te komen

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 augustus 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.