Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:1646

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444320 / FA RK 26-386
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Tempel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens ernstig nadeel

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1982 in Somalië. Betrokkene ontkent de gestelde diagnose en stelt dat zij onterecht wordt behandeld, terwijl zij aangeeft dat blowen haar copingmechanisme is en dat zij onvoldoende hulp krijgt om hiermee te stoppen.

De psychiater rapporteert een verslechtering van de psychische toestand sinds het pensioen van de vaste behandelaar in 2013, met wantrouwen jegens zorginstellingen en het indienen van vele klachten die mogelijk voortkomen uit een psychose. Er is geen geschikte partij gevonden om de zorg over te nemen.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan meerdere stoornissen waaronder middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, schizofreniespectrumstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen, die leiden tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en agressie. Betrokkene veroorzaakt overlast en vertoont agressief gedrag, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden, waarbij verplichte zorgvormen zoals medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie worden toegestaan. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorg is evenredig en effectief. De beschikking is op 9 februari 2026 mondeling gegeven en op 16 februari 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens ernstig nadeel en afwijzing van het meer of anders verzochte.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444320 / FA RK 26-386
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] , Somalië ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon] , psychiater.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene verklaart dat zij lange tijd vrijwillige zorg heeft ontvangen maar gedurende de zorg misbruikt is. Zij is een herstellend co-dependent. Daar wordt onvoldoende rekening mee gehouden.Volgens betrokkene is er sprake van een samenwerking tussen verschillende instanties met spionnen waardoor zij geen vertrouwen meer heeft in de zorg. Zo deelt betrokkene mede dat zij er gedurende haar opnames achter is gekomen dat er onder andere mensen zonder geldige diploma werken. Betrokkene geeft aan dat zij hierover in gesprek wenste te gaan met de zorg maar dat dit gesprek niet is verlopen zoals gehoopt. Voorts geeft betrokkene aan dat haar hoofdvraag is om haar te laten stoppen met blowen. Het blowen valt niet te combineren met werk, maar voor betrokkene is het een copingmechanisme. Eén van haar behandelaars gaf juist aan dat blowen voor sommige mensen helpend is. Hulp om te stoppen met blowen kwam er dus niet. Betrokkene het niet eens met de gestelde diagnose. Betrokkene geeft aan dat het lijkt alsof zij soms uitlokt bij andere mensen, maar het er eerder op lijkt dat er vanuit andere mensen sprake is van opzet.
3.2.
De psychiater voert, samengevat, aan dat betrokkene sinds 2013 vrijwillig in zorg is geweest bij een collega die inmiddels met pensioen is gegaan. Sinds dat pensioen in beeld kwam, is er een omslag te zien bij betrokkene. Er is sprake van een verslechtering van haar toestandsbeeld. Zij heeft geen vertrouwen meer in [accommodatie] , dient vele klachten in, maar gaat daarin dusdanig ver dat er inmiddels gezegd kan worden dat deze klachten voortkomen uit een psychose. Betrokkene stuurt namelijk ook klachten naar allerlei andere instanties en organisaties, waaronder de gemeente, burgemeester en het koningshuis. Daarbij stuurt ze vele mails. Voorts deelt de psychiater mede dat er gelet op het wantrouwen van betrokkene ten aanzien van [accommodatie] gekeken is naar een andere partij die de zorg zou kunnen overnemen, maar er is geen geschikte partij.
3.3.
De advocaat geeft aan dat zij betrokkene van tevoren niet heeft kunnen spreken. Volgens de advocaat heeft betrokkene haar standpunt voldoende duidelijk gemaakt. Betrokkene betwist de gestelde diagnose en is het niet eens met de vormen van ernstig nadeel. De advocaat geeft als optie om medicatie vrijwillig via de huisarts te laten verlopen. De advocaat bepleit dan ook afwijzing van het verzoek.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen. Anders dan betrokkene stelt, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en gebleken dat sprake is van genoemde stoornissen.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene vanuit haar waanbeleving, gepaard gaande met angst en achterdocht, veelvuldig instanties aanschrijft met klachten en dreigementen. De wijkagent, de woningbouwvereniging en het steunsysteem van betrokkene signaleren een forse achteruitgang van de psychische gesteldheid van betrokkene met achterdochtig, oninvoelbaar en agressief gedrag. Voorts veroorzaakt betrokkene overlast door buren te stalken en auto’s te vernielen. Als dit zich voortzet, zou het gevaar kunnen ontstaan dat betrokkene haar woning verliest.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is sinds 2013 vrijwillig in zorg bij de GGZ. Sinds haar vaste behandelaar met pensioen is wenst zij geen contact meer met de GGZ en houdt zij actief behandeling af. Dit heeft geleid tot een forse verslechtering van het toestandsbeeld van betrokkene. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Het beperken van de bewegingsvrijheid is daarbij alleen van toepassing bij opname van betrokkene.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
4.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] , Somalië , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 augustus 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.