ECLI:NL:RBZWB:2026:165

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
BRE 24/7699
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 65 AWR
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen ambtshalve vermindering loonheffingen

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de inspecteur van de Belastingdienst van 2 oktober 2024, waarin een verzoek om ambtshalve vermindering van ingehouden loonheffingen over de periode 1972 tot en met 2018 niet in behandeling werd genomen vanwege het verstrijken van de vijfjaarstermijn.

De rechtbank overweegt dat een beschikking op grond van artikel 65 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) geen voor bezwaar vatbare beschikking is en dat tegen een dergelijke beschikking geen beroep openstaat bij de belastingrechter. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.

Belanghebbende wordt geadviseerd zich tot de burgerlijke rechter te wenden indien hij de rechtmatigheid van de beslissing wil aanvechten. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en draagt het griffierecht van €51,- aan belanghebbende terug.

De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn en griffier W. Dekkers op 16 januari 2026 en is zonder zitting uitgesproken op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de beslissing van de inspecteur en draagt het griffierecht terug.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/7699

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] (Portugal), belanghebbende

(gemachtigde: mr. M.A.K. Rahman),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden beslissing van de inspecteur van 2 oktober 2024.
1.1.
De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Beoordeling door de rechtbank

2. In de beslissing van de inspecteur 2 oktober 2024 wordt aangegeven dat de termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op ambtshalve vermindering of teruggaaf van ingehouden loonheffingen verloopt na vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de teruggaaf betrekking heeft. Aangezien het verzoek van belanghebbende ziet op een tijdvak dat buiten de vijf-jaarstermijn valt, wordt het bezwaar over dat tijdvak (1972 tot en met 2018) niet in behandeling genomen.
2.1.
De beslissing van de inspecteur op een verzoek om ambtshalve vermindering als hiervoor opgenomen, betreft een beschikking als bedoeld in artikel 65 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). Tegen een dergelijke beschikking staat geen beroep open bij de belastingrechter. Beroep staat namelijk alleen open – voor zover van belang – tegen een beschikking die in de wet expliciet is aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking. Een beschikking op grond van artikel 65 van Pro de AWR is niet als zodanig aangemerkt. De rechtbank is dan ook onbevoegd. [1] Indien belanghebbende de rechtmatigheid van de beslissing van de inspecteur om het verzoek niet in behandeling te nemen voor het tijdvak 1972 tot en met 2018 aan de rechter wil voorleggen, moet hij zich wenden tot de burgerlijke rechter. [2]

Conclusie en gevolgen

3. De belastingrechter is dus niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht terug.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart zich onbevoegd;
  • draagt de griffier op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- aan hem te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 16 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Vgl. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2016:1966.
2.Vgl. Hoge Raad van 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797 en de uitspraak van Hof ’s-Hertogenbosch van 19 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5407.