Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 1: heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden. Dit is subsidiair ten laste gelegd als zware mishandeling en meer subsidiair als een poging tot zware mishandeling.
feit 2: [slachtoffer] heeft mishandeld.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De [slachtoffer]
* kledingschade (jas, schoenen, zonnebril, horloge en ketting): € 504,00;
* medische kosten: € 5,00;
* ziekenhuisdaggeldvergoeding: € 28,00;
* telefoonkosten: € 25,00;
* reiskosten: € 34,61.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 560 dagen;
terbeschikkingstellingvan verdachte en stelt daarbij als
voorwaarden:
terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaaris;
de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr;
hij op of omstreeks 29 augustus 2024 te [plaats] [slachtoffer] heeft mishandeld door (met kracht) op/in het gezicht en/of het hoofd van die [slachtoffer] te stompen/slaan;
(art. 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht).