ECLI:NL:RBZWB:2026:1651
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning dakkapel
Op 5 februari 2026 verleende het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk een omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor het plaatsen van een dakkapel aan een adres in de gemeente. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 6 maart 2026 in een mondelinge zitting waarbij verzoeker, de vergunninghouder en een gemachtigde van het college aanwezig waren. Na de zitting werd direct uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening moest worden afgewezen omdat het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan, waardoor het college verplicht was de vergunning te verlenen.
Verzoeker stelde dat de dakkapel een inbreuk op zijn privacy vormt en dat het college het evenredigheidsbeginsel heeft geschonden door het belang van de vergunninghouder zwaarder te laten wegen. Ook werd onzorgvuldige besluitvorming aangevoerd wegens onvoldoende onderzoek naar privacy-beperkende alternatieven. De voorzieningenrechter vond deze gronden onvoldoende om het besluit te schorsen.
Er werd vastgesteld dat er sprake was van spoedeisend belang, maar het bezwaar had geen redelijke kans van slagen. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de dakkapel wordt afgewezen.