ECLI:NL:RBZWB:2026:1651

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
26/897 OWBOUW vovo
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.0a Besluit kwaliteit leefomgevingOmgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning dakkapel

Op 5 februari 2026 verleende het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk een omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor het plaatsen van een dakkapel aan een adres in de gemeente. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 6 maart 2026 in een mondelinge zitting waarbij verzoeker, de vergunninghouder en een gemachtigde van het college aanwezig waren. Na de zitting werd direct uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening moest worden afgewezen omdat het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan, waardoor het college verplicht was de vergunning te verlenen.

Verzoeker stelde dat de dakkapel een inbreuk op zijn privacy vormt en dat het college het evenredigheidsbeginsel heeft geschonden door het belang van de vergunninghouder zwaarder te laten wegen. Ook werd onzorgvuldige besluitvorming aangevoerd wegens onvoldoende onderzoek naar privacy-beperkende alternatieven. De voorzieningenrechter vond deze gronden onvoldoende om het besluit te schorsen.

Er werd vastgesteld dat er sprake was van spoedeisend belang, maar het bezwaar had geen redelijke kans van slagen. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de dakkapel wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE AWB 26/897 VV

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van6 maart 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] ,

verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk (college), verweerder.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] uit [woonplaats] (de vergunninghouder).

Inleiding

1.1.
Met het bestreden besluit van 5 februari 2026 heeft het college een
omgevingsvergunning aan de vergunninghouder verleend voor het plaatsen van een dakkapel aan de [adres] .
1.2.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd
om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 6 maart 2026 op zitting behandeld.
Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de vergunninghouder en namens het college [gemachtigde] .
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2.1.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter
uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2.2.
De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen met name of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen.
Spoedeisend belang
3. De voorzieningenrechter acht spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening aanwezig.
Standpunt verzoeker
4. Verzoeker verzoekt om het bestreden besluit te schorsen, omdat sprake is van onverwijlde spoed en het bestreden besluit onjuist is. Door de situering, de omvang en de uitvoering van de dakkapel ontstaat een rechtstreekse inkijk in verzoekers leefruimte wat een schending is van zijn recht op privacy. Daarnaast is het bestreden besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat het college het belang van de vergunninghouder onevenredig zwaar heeft laten wegen ten opzichte van verzoekers belang bij behoud van privacy. Ten slotte is sprake van een onzorgvuldige besluitvorming, omdat geen (of onvoldoende) onderzoek is gedaan naar de privacy-beperkende alternatieven.
Toetsingskader
5.1.
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente.
5.2.
Het bouwen van een dakkapel is een omgevingsplanactiviteit. Uit artikel 8.0a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat, als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning, het college de omgevingsvergunning moet verlenen.
Is het bouwplan in strijd met het omgevingsplan?
6. De rechtbank stelt vast dat het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan. In dat geval geldt de regel dat het college de omgevingsvergunning moet verlenen en niet mag weigeren. Op grond van de door verzoeker aangevoerde gronden mocht de omgevingsvergunning dus niet worden geweigerd noch mochten er vergunningsvoorschriften worden opgelegd. Voor zover verzoeker bedoelt dat dan wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel een regel buiten toepassing moet blijven, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor die conclusie.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026 door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J.J. van Roij en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze mondelinge uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.