Uitspraak
.
2.De feiten
3.De verzoeken
de rechtbank begrijpt: verzoek van] de vrouw onder het tweede punt met betrekking tot de omgangsregeling af te wijzen, en de overige verzoeken toe te wijzen;
4.De beoordeling
HR, C-512/17, ECLI:EU:C:2018:513). Daarnaast moet op grond van vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU 8 juni 2017,
OL v. PQ, C-111/47 PPU, ECLI:EU:C:2017:436 en HvJEU 17 oktober 2018,
UD v. XB, C-393/18 PPU, ECLI:NL:C:2018:835) het begrip gewone verblijfplaats aldus te worden uitgelegd dat een kind fysiek aanwezig moet zijn geweest in een lidstaat opdat het kan worden geacht zijn of haar gewone verblijfplaats in die lidstaat te hebben. De bedoeling van partijen om met [minderjarige] na haar geboorte naar Nederland te gaan en daar te gaan wonen kan daarom geen grondslag vormen voor het oordeel dat [minderjarige] voor haar komst in Nederland haar gewone verblijfplaats in Nederland had. Gelet op het voorgaande had [minderjarige] naar het oordeel van de rechtbank op het moment van haar geboorte, en gedurende de eerste dagen daarna, haar gewone verblijfplaats in België.
- de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor het kind;
- het kind heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund.
- de (gezagdragende) ouders zorgen voor afspraken en beslissingen die in het belang zijn van het kind (lichte interventie);
- het kind en de (gezagdragende) ouders hebben onbelast contact met elkaar;
De resultaten heeft de rechtbank ook vastgelegd in een resultatenlijst. Deze lijst is bij deze beschikking/kennisgeving gevoegd (bijlage 1).
5.De beslissing
voorlopigeverdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast conform artikel 4 van Pro het ouderschapsplan waarbij [minderjarige] om de week (in de even weken) gedurende de week bij de man verblijft alsmede gedurende een deel van de vakanties en feestdagen;
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.