Op 16 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen [belanghebbende] B.V. en de ontvanger van de Belastingdienst. Het beroep van belanghebbende was gericht tegen de uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 26 september 2024, met betrekking tot de verrekening van een teruggave omzetbelasting over het tijdvak van 1 juni 2024 tot en met 30 juni 2024. De rechtbank heeft zich echter kennelijk onbevoegd verklaard om over deze zaak te oordelen. Dit is gebaseerd op het feit dat de belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet, tenzij er specifieke uitzonderingen zijn gemaakt in de regelgeving. De beslissing tot verrekening van bedragen valt niet onder deze uitzonderingen, waardoor het geschil over de verrekening aan de burgerlijke rechter moet worden voorgelegd. De rechtbank heeft daarom geen inhoudelijke beoordeling van de verrekening kunnen maken en heeft besloten het griffierecht van € 371,- aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.