ECLI:NL:RBZWB:2026:1660

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
RK 25-028397 en 25-028398
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding voor onterechte inverzekeringstelling en gemaakte proceskosten

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 februari 2026 een verzoek tot vergoeding van schade en kosten toegewezen aan een gewezen verdachte die was vrijgesproken in een strafzaak. Het verzoek betrof een vergoeding voor twee dagen onterechte inverzekeringstelling, kosten van rechtsbijstand, reiskosten en een forfaitaire vergoeding voor het indienen van het verzoekschrift.

De rechtbank oordeelde dat de zaak zonder strafoplegging was geëindigd en dat de voorwaarden voor vergoeding op grond van de artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering waren vervuld. De gevraagde bedragen waren voldoende onderbouwd en in overeenstemming met de LOVS-uitgangspunten en billijkheid.

De rechtbank kende een vergoeding toe van €260 voor de inverzekeringstelling, €8.631,89 voor de kosten van rechtsbijstand, €45,70 voor reiskosten en €340 voor de kosten van het verzoekschrift. De bedragen worden overgemaakt aan de verzoeker en zijn advocaat. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van schade en kosten wordt toegewezen conform de wettelijke bepalingen en billijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-080050-23
raadkamernummers: 25-028397 en 25-028398
datum : 24 februari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van de artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [datum] 1970 te [plaats],
wonende op het [adres],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.V. de Nooijer, advocaat te Middelburg (Damplein 3, 4331 GC Middelburg),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 260,00, € 260,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 8.631,89, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 45,70, voor vergoeding van reiskosten;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het vonnis van de meervoudige strafkamer van 1 oktober 2025 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
De officier van justitie heeft de schriftelijke reactie aan de advocaat van verzoeker doen toekomen. De advocaat van verzoeker heeft ermee ingestemd dat het verzoek zonder behandeling ter zitting wordt afgedaan.
De rechtbank zal zonder mondelinge behandeling op het verzoekschrift beslissen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 533 Sv Pro kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een advocaat worden toegekend, tenzij de advocaat was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de dagen die hij onterecht in verzekering heeft doorgebracht.
Verzoeker heeft
2 dagen in verzekeringdoorgebracht, waarvan 2 dagen op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau of in het Huis van Bewaring met beperkingen of in een extra beveiligde inrichting (EBI) en € 100,00 in de overige gevallen.
De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van
€ 260,00.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 8.631,89is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
De rechtbank is van oordeel dat de reiskosten in verband met het bijwonen van de zittingen, voldoende onderbouwd zijn. De rechtbank wijst de verzochte reiskosten ter hoogte van
€ 45,70toe.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 260,00, bestaande uit schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 9.017,59, bestaande uit:
- € 8.631,89 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 45,70 aan reiskosten;
en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van de verzoekschriften;
bepaalt dat een bedrag van
€ 8.937,59zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 1] ten name [verzoeker], onder vermelding van “[verzoeker]/OM”.
bepaalt dat een bedrag van
€ 340,00zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 2] ten name van Qudos Advocaten onder vermelding van “[verzoeker]/OM”.
Deze beslissing is op 24 februari 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 24 februari 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.