ECLI:NL:RBZWB:2026:1661

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
RK 25-030607 en 25-030608
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding voor onterechte inverzekeringstelling en kosten verzoekschrift

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade wegens onterechte inverzekeringstelling en de kosten verbonden aan het indienen van het verzoekschrift. De zaak is geëindigd zonder strafoplegging of maatregel, waardoor verzoekster op grond van artikel 533 Sv Pro recht heeft op vergoeding van de geleden schade.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster drie dagen in verzekering is gesteld, waarbij zowel de dag van aanvang als de dag van invrijheidstelling als volledige dagen worden vergoed. De forfaitaire vergoeding per dag verblijf op het politiebureau bedraagt €130,00, wat leidt tot een totaal van €390,00. Daarnaast wordt een forfaitaire vergoeding van €340,00 toegekend voor de kosten van het indienen van het verzoekschrift.

De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding ex artikel 533 Sv Pro toe tot €390,00 en het verzoek ex artikel 530 Sv Pro tot €340,00. De overige verzoeken worden afgewezen. De bedragen worden overgemaakt op de respectievelijke rekeningen van verzoekster en haar advocaat. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: De rechtbank wijst gedeeltelijk het verzoek tot vergoeding toe voor drie dagen onterechte inverzekeringstelling en de kosten van het verzoekschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-324606-24
raadkamernummers: 25-030607 en 25-030608
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van de artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster],
geboren op [datum] 2000 te [plaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E.A.G. van Acker, advocaat te Sint Jansteen (Maximiliaanstraat 9, 4564 EN Sint Jansteen),
hierna te noemen: de verzoekster.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 25 november 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 520,00, € 520,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
 het op 25 november 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 340,00 € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter te Zeeland-West-Brabant van 24 oktober 2025 waarbij verzoekster is vrijgesproken;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Namens verzoekster is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.
De officier van justitie heeft zich in de schriftelijke reactie op het standpunt gesteld dat het verzoek kan worden toegewezen tot een bedrag van € 390,00 wegens ondergane inverzekeringstelling, omdat naar het oordeel van de officier van justitie sprake was van 3 dagen verblijf op het politiebureau en niet zoals gevraagd door de raadsvrouw 4 dagen.
De rechtbank heeft voorafgaand aan de behandeling vastgesteld dat er een relatief gering verschil bestaat tussen het standpunt van verzoekster in het verzoekschrift en de reactie van de officier van justitie. Hierover is contact opgenomen met de advocaat en de officier van justitie. Zij hebben op voorhand schriftelijk hun standpunten kenbaar gemaakt. De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Verzoekster en de officier van justitie hebben ingestemd met een pro-formabehandeling van het verzoekschrift, waarbij verzoekster en de advocaat niet in raadkamer hoeven te verschijnen.
Op 10 februari 2026 heeft het onderzoek door de openbare raadkamer plaatsgevonden. Hierbij was de officier van justitie, mr. P. Kuipers, aanwezig. Verzoekster en de advocaat zijn hierbij niet verschenen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 533 Sv Pro kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoekster een vergoeding toe te kennen voor de dagen die zij onterecht in verzekering heeft doorgebracht.
Bij het bepalen van het aantal dagen dat de verzoekster in een politiecel of huis van bewaring heeft doorgebracht, wordt zowel de dag waarop de inverzekeringstelling is aangevangen als de dag van de invrijheidstelling als een volledige dag vergoed. Ook indien de inverzekeringstelling is aangevangen en geëindigd op één en dezelfde dag en beperkt is gebleven tot enkele uren wordt er naar de maatstaf van een volledige dag vergoed.
Verzoeker heeft
3 dagen in verzekeringdoorgebracht, waarvan 3 dagen op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau of in het Huis van Bewaring met beperkingen of in een extra beveiligde inrichting (EBI) en € 100,00 in de overige gevallen.
De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van
€ 390,00.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van de verzoekschriften wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 390,00voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 340,00zijnde de kosten verbonden aan de indiening van de verzoekschriften;
wijst de verzoeken voor het overige af;EF
bepaalt dat een bedrag van
€ 390,00zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 1] ten name van [verzoekster]”;
bepaalt dat een bedrag van
€ 340,00zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 2] ten name van Invicta Advocatuur”;
Deze beslissing is op 24 februari 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 24 februari 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.