ECLI:NL:RBZWB:2026:1668

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
RK 25-032713
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing beslag op voertuig wegens ontbreken strafvorderlijk belang

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 februari 2026 uitspraak gedaan over een klaagschrift ingediend door de eigenaar van een voertuig, een Audi A3 Sportback, dat op 18 november 2025 in beslag was genomen. De klaagster stelde dat zij eigenaar was en niet op de hoogte was van het gebruik van het voertuig bij een strafbaar feit. Het klaagschrift strekte tot opheffing van het beslag en teruggave van het voertuig.

Tijdens de raadkamerzitting op 10 februari 2026 werden de officier van justitie en de vertegenwoordigers van klaagster gehoord. De officier van justitie gaf aan dat er geen strafvorderlijk belang meer was bij het voortzetten van het beslag. De rechtbank oordeelde dat het beslag alleen kan worden voortgezet als het dient om de waarheid aan het licht te brengen, wederrechtelijk voordeel aan te tonen, of als het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat het voertuig verbeurd wordt verklaard of aan het verkeer wordt onttrokken.

Gezien het ontbreken van strafvorderlijk belang verklaarde de rechtbank het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van het voertuig aan klaagster. De beslissing werd genomen door rechter J. Bergen en uitgesproken op de openbare zitting van 24 februari 2026.

Uitkomst: Het beslag op het voertuig wordt opgeheven en het voertuig wordt teruggegeven aan de eigenaar wegens ontbreken van strafvorderlijk belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 25-032713
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] B.V.,
Gevestigd te [plaats],
mr. B.M. Breedijk, advocaat te Amsterdam,
hierna te noemen: de klaagster.
Beslagene is: [beslagene], geboren op [datum] 1988

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 5 december 2025 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt dat op 18 november 2025 onder beslagene in beslag is genomen: een voertuig, merk Audi A3 Sportback met het kenteken: [kenteken] (verder: het voertuig);
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 10 februari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. P. Kuipers en namens klaagster: de heer [naam] en mr. V.C. de Nooijer als waarnemend raadsvrouw, gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster eigenaar van het voertuig is. Klaagster was er niet van op de hoogte dat het voertuig gebruikt werd bij het plegen van een strafbaar feit. Verzocht wordt om het klaagschrift gegrond te verklaren.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het voertuig aan klaagster kan worden teruggegeven, omdat er geen strafvorderlijk belang meer is. Gelet op de nadere onderbouwing van het klaagschrift is niet komen vast te staan dat klaagster op de hoogte was van het gegeven dat de werknemer niet in het bezit was van een rijbewijs.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op het voertuig is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in het klaagschrift.
De rechtbank dient na te gaan of het belang van strafvordering verlangt dat het beslag wordt voortgezet. Hiervan is sprake wanneer het in beslag houden van het goed kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk voordeel aan te tonen dan wel wanneer niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De officier van justitie heeft zich tijdens het onderzoek in raadkamer op het standpunt gesteld dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag op het voertuig.. De rechtbank is van oordeel dat bij het ontbreken van strafvorderlijk belang het beslag dient te worden opgeheven, zodat de rechtbank het klaagschrift gegrond zal verklaren en de teruggave van het genoemde voertuig aan klaagster zal gelasten.

3.De beslissing

De rechtbank:
-verklaart het klaagschrift gegrond;
- gelast de teruggave aan klaagster van:
het voertuig, merk Audi A3 Sportback met het kenteken: [kenteken].
Deze beslissing is op 24 februari 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 24 februari 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).