ECLI:NL:RBZWB:2026:167
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vaststellingsovereenkomst belastingaanslagen 2016
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over het jaar 2016. De inspecteur heeft een vaststellingsovereenkomst overgelegd waarin partijen overeenkwamen het belastbare inkomen in box 1 voor 2016 te wijzigen van een positief bedrag van € 34.194 naar een negatief bedrag van € 24.361, waardoor over dat jaar geen belasting meer verschuldigd is. De aanslag Zvw werd dienovereenkomstig verlaagd.
Belanghebbende heeft vervolgens de lopende beroepen ingetrokken en ontvangt een immateriële schadevergoeding van € 2.000,-. Tevens heeft belanghebbende afstand gedaan van het recht om aanvullende vergoedingen te vorderen. De rechtbank constateert dat door deze vaststellingsovereenkomst het beroep geen voor belanghebbende gunstiger resultaat meer kan opleveren, waardoor het procesbelang ontbreekt.
De rechtbank verklaart daarom de beroepen niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht, gelet op de gemaakte afspraken tussen partijen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 16 januari 2026.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw 2016 worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vaststellingsovereenkomst.