Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verplichte verzekering voor een motorrijtuig, geconstateerd op 1 december 2023. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was vanwege een auto-ongeluk eind september 2023, psychische klachten en ziekenhuisopname, waardoor hij niet in staat was de verzekering te handhaven. Tevens was het voertuig na het ongeval kwijtgeraakt en later teruggevonden, wat de situatie bemoeilijkte.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd. Wel achtte de kantonrechter de omstandigheden aanleiding voor matiging van de boete tot de helft. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, wat een extra matiging van 25% rechtvaardigde.
De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, matigde de boete tot € 157,50 plus administratiekosten en beval terugbetaling van teveel betaalde zekerheid. Betrokkene was niet verschenen bij de zitting van 2 januari 2026. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck en griffier E. Alekperov.
Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van het motorrijtuig is gematigd tot de helft plus extra korting wegens termijnoverschrijding.