Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering voor een landbouwgrasmaaier, geconstateerd via RDW-controle op 8 november 2023. Betrokkene voerde aan niet te hebben geweten dat de grasmaaier verzekerd moest zijn, omdat deze niet op de openbare weg wordt gebruikt. Na kennisname van de verzekeringsplicht werd direct gehandeld en de grasmaaier geschorst.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, gezien de wettelijke verzekeringsplicht. Wel achtte de kantonrechter matiging op zijn plaats vanwege de goede bedoelingen van betrokkene en het feit dat het voertuig niet op de openbare weg werd gebruikt.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, wat aanleiding gaf tot een verdere matiging van 25%. De boete werd daarom gematigd tot € 75,- plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald aan betrokkene.
Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de landbouwgrasmaaier wordt gematigd tot € 75,- plus administratiekosten vanwege goede bedoelingen en overschrijding van de redelijke termijn.