Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de N256 te Colijnsplaat op 12 april 2024 om 22:42 uur. Betrokkene stelde in beroep dat de gedraging niet is verricht en dat het dossier geen foto bevat ter bewijs.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 2 januari 2026 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant, gebaseerd op eigen waarneming, voldoende bewijs vormt voor het verrichten van de gedraging. Betrokkene bracht geen specifieke feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. Ook was er geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.