ECLI:NL:RBZWB:2026:1704

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11550923 \ MB VERZ 25-108
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden op A58

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te ’s-Heer Arendskerke op 8 januari 2024 om 11:35 uur. Betrokkene stelde in beroep dat hij geen mobiel apparaat vasthield, maar een polshorloge droeg en dat de locatie van de overtreding onjuist was vermeld.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene in hoger beroep ging bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 2 januari 2026 was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter baseerde zich op de verklaringen van de verbalisanten, die als voldoende bewijs gelden in zaken op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

De kantonrechter oordeelde dat de aangevoerde bezwaren van betrokkene onvoldoende aanleiding gaven om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen. Er was geen foto van de overtreding, maar dat deed niet af aan de bewijskracht van de verbalisanten. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11550923 \ MB VERZ 25-108
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 2 januari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg (A58) te ’s-Heer Arendskerke op 8 januari 2024 om 11:35 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt een polshorloge om te hebben gehad. Verder klopt de pleeglocatie niet. Betrokkene reed richting Arnemuiden, ter hoogte van de parkeerplaats bij Bouvord tegenover het verzorgingshuis. De verbalisanten hadden ook totaal geen verklaring en begonnen direct met beboeten. Ook is er geen foto van de gedraging.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat het een verklaring van twee verbalisanten betreft. Verder is een PDA en elektronisch apparaat in de zin van artikel 61a RVV1990, waardoor voldoende duidelijk is om welke gedraging het gaat. Verzocht wordt om het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisanten - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring en waarneming van de verbalisanten.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: