Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens stilstaan op het trottoir op de Dam te Goes op 20 januari 2024. Hij voerde aan dat hij als bezorger slechts enkele seconden weg was en dat het voertuig aanstond. Tevens stelde hij dat er geen bebording aanwezig was en dat hij bewust niet op de rijbaan stond om deze niet te blokkeren.
De officier van justitie handhaafde de boete en stelde dat stilstaan op het trottoir nooit is toegestaan, ook niet bij laden en lossen, en dat dit een algemene regel is die niet met bebording hoeft te worden aangetoond. De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken en de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat betrokkene dit niet ontkent.
De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen, omdat stilstaan op het trottoir zonder ontheffing verboden is. Ook de omstandigheden van laden en lossen bieden geen uitzondering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan op 16 januari 2026 door kantonrechter W.H.C. van Eck.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens stilstaan op het trottoir wordt ongegrond verklaard.